Met Alexandra wordt luisteren een ontmoeting tussen klank en betekenis.

Voorwoord namens PianoVrienden
Met trots presenteren wij Alexandra Kaptein, een musicus van zeldzame diepgang. Haar spel verenigt verbeelding, discipline en menselijkheid, en nodigt uit tot aandachtig luisteren. In dit project delen wij haar visie, onderzoek en poëtische kracht. PianoVrienden ondersteunt kunstenaars die verbinden, verdiepen en inspireren. Alexandra belichaamt precies dat: levende muziek, verteld met overtuiging en warmte, voor een breed en nieuwsgierig publiek.

‍Wie is Alexandra Kaptein & het begin

‍1.    Wie is Alexandra Kaptein, los van prijzen, podia en opleidingen?

‍Mens, musicus… Muziek is voor mij geen werk; het is mijn roeping. Het is verweven met wie ik ben: mijn gevoeligheid, reflectie en behoefte aan verdieping. Ik ben iemand die graag luistert om te horen, en die die innerlijke wereld probeert te vertalen naar klank.

‍2.    Hoe is het allemaal begonnen: wat herinner je je van je eerste ontmoeting met de piano?

‍Mijn eerste ontmoeting met de piano herinner ik mij eerder als iets intuïtiefs. Het was minder een rationeel moment en meer een gevoel van herkenning: klank die direct iets in mij raakte, nog voordat ik het kon benoemen. Het was iets magisch, iets wat ik niet in woorden kon vatten, en misschien wat ik nog steeds niet helemaal in woorden kan uitdrukken. De piano was voor mij direct een instrument waar “alles” kon: het hele orkest in eigen handen, eindeloze mogelijkheden!

‍3.    Wanneer voelde je voor het eerst dat muziek meer was dan alleen studie, maar een innerlijke noodzaak?

‍Dat besef groeide, denk ik, geleidelijk. Er kwam een moment waarop muziek niet langer iets was wat ik deed, maar iets wat ik nodig had om mezelf te begrijpen. Het was een proces dat heel lang in mijn onderbewustzijn groeide en uiteindelijk mijn hele wezen definieerde. Muziek werd een plek waar emoties mochten bestaan zonder uitleg. Muziek heeft mij, en zal mij nog heel vaak, door zware periodes begeleid; in die momenten voel ik hoe sterk die verbinding met die wereld is. Zoals ik bij de eerste vraag al zei: muziek helpt (mij) om die ‘vertaling’ te maken—die reflectie van de gevoelswereld omzetten naar begrip.

‍Pianospel & muzikale identiteit

‍4.    Hoe ervaar jij zelf die verhalende dimensie in muziek?

‍Voor mij draagt muziek altijd een innerlijk narratief in zich. Dat verhaal hoeft niet concreet te zijn, maar bestaat uit spanningen, adem, stilte, richting, etc. Ik ervaar het als een reis die zich ontvouwt in de tijd. Het klinkt weliswaar een beetje als een cliché, maar muziek is daadwerkelijk een verhaal zonder woorden. En ik denk dat ook bij componisten die de interpretatie sterk aansturen (zoals Liszts programmamuziek), er altijd ruimte blijft voor emotionele invulling en perceptie van de luisteraar. Dat maakt ons vak zo bijzonder. Er horen eigenlijk altijd drie partijen bij elkaar: de componist, de verteller (musicus) en de luisteraar! En door culturele/persoonlijke/emotionele verwachtingen en herinneringen, fungeert de luisteraar als het ware als medeverteller.

‍5.    Hoe verhoudt techniek zich voor jou tot expressie?

‍Techniek is voor mij een middel, geen doel. Ik denk dat zuiver en zeker spelen een uitgangspunt moet zijn. Maar zonder deze basis ontstaat er, denk ik, nooit genoeg ruimte voor expressie. Pas wanneer techniek dienstbaar is, kan muziek echt spreken.

‍6.    Wat betekent het om een luisteraar mee te nemen op een innerlijke muzikale reis?

‍Dat betekent voor mij dat ik zelf volledig aanwezig, open en vooral oprecht moet zijn. Alleen dan kan de luisteraar zich veilig genoeg voelen om mee te bewegen, zonder dat alles vastligt of verklaard hoeft te worden. En als die balans goed is, creëer je een veilige ruimte voor inspiratie.

‍7.    Hoe ontwikkel jij een klank die zowel intiem als groots kan zijn?

‍Dat begint bij luisteren: naar de ruimte, naar het instrument, naar mijn eigen ademhaling en naar het publiek. Intimiteit en grootsheid zijn voor mij geen tegenpolen, maar verschillende gradaties van intensiteit. De belangrijke dingen in het leven zeggen wij ook vaak zacht.

‍8.    Wanneer weet je dat een interpretatie voor jou klopt?

‍Wanneer ik niets hoef toe te voegen of te corrigeren in het moment zelf. Er ontstaat dan een gevoel van rust en noodzaak: dit is wat het nu moet zijn. Dat is heel moeilijk om in woorden te vatten, maar het is dat gevoel dat ik niets “doe” met de muziek, maar dat de muziek door mij heen gebeurt. Als ik mezelf moet overtuigen van een idee, klopt het meestal nog niet—dat merkt de luisteraar ook. Natuurlijk zijn er ook praktische aspecten zoals: verantwoording vanuit de partituur, innerlijke logica, vormbesef, structuur/timing, maar ook het lichamelijke: ademhaling, (ont)spanning. En dan kom je idealiter bij het moment dat het stuk je verrast terwijl je het speelt en dat er ruimte blijft voor risico en ontdekking. Als een interpretatie te gesloten is, wordt ze reproductie. Als ze open blijft, wordt ze levende kunst!

‍9.    Welke rol speelt intuïtie in jouw muzikale keuzes?

‍Intuïtie is richtinggevend. Ze ontstaat uit ervaring, luisteren en vertrouwen, en helpt me keuzes te maken die niet altijd rationeel verklaarbaar zijn, maar wel waarachtig voelen. Ik denk dat het vooral ook belangrijk is om altijd te blijven groeien en nooit te denken: ‘ah, nu weet ik het goed genoeg’. Intuïtie moet in zekere zin goed doordacht, kritisch bekeken en onderbouwd zijn.

‍Repertoire & Liszt

‍10.    Wat trekt je aan in de Duitse romantiek?

‍Wat mij zo sterk aantrekt in de Duitse romantiek is haar menselijkheid. Zij schijnt licht op al onze emoties: goed en slecht, verdriet, pijn, hoop, verheffing… Die innerlijke ernst als het ware; deze muziek lijkt nooit tevreden met schoonheid alleen, ze wil begrijpen, doorgronden, zoeken. Er is altijd een spanningsveld tussen wat gezegd kan worden en wat juist onzegbaar blijft. De symboliek in de muziek, de diepte, het innerlijke conflict en de existentiële vragen die erin doorklinken. Deze muziek durft kwetsbaar te zijn en groot tegelijk. Deze muziek vraagt concentratie, bijna morele betrokkenheid. In plaats van effect of decoratie staat er iets op het spel: identiteit, tijd, herinnering, het menselijke wezen. Dat maakt dat ik me in deze muziek niet alleen uitvoerder voel, maar deelnemer aan een groter gesprek.

‍11.    Franz Liszt speelt een centrale rol in jouw werk; wat maakt hem voor jou zo’n blijvende inspiratiebron?

‍Liszt is voor mij een componist die voortdurend grenzen overschrijdt — stilistisch, technisch, maar ook existentieel. Hij is nooit alleen virtuoos of visionair, maar altijd allebei tegelijk. Wat mij blijvend inspireert is zijn vermogen om het uiterste te zoeken zonder het menselijke te verliezen. Bij Liszt voel ik een enorme empathie: voor andere componisten, voor literatuur, voor spiritualiteit, voor het publiek. Hij wil verbinden, vertalen, toegankelijk maken, maar zonder te vereenvoudigen. Die combinatie van generositeit en radicaliteit raakt me diep en blijft me uitdagen, telkens opnieuw.

‍12.    Liszts transcripties zitten vol structurele complexiteit – hoe benader jij die als uitvoerder?

‍Vaak zijn de grote lijnen heel duidelijk; die architectuur is inderdaad de basis voor het hele stuk. Voor mij is het altijd een proces van buiten (macrostructuur) naar binnen: tot in de puntjes elke noot diepte, betekenis en emotie geven. En wanneer alles helemaal door je heen is gegaan — lichamelijk en geestelijk — ga je juist weer terug naar die rode lijn, anders verlies je jezelf soms in alle details.

‍Voor mij begint alles bij het begrijpen van de bron. Een Liszt-transcriptie is geen pianistisch kunststukje, maar een herdenken van een werk in een andere taal. Bijvoorbeeld de liedtranscripties: hier creëert Liszt eigenlijk “Lieder ohne Worte” of “liederen zonder woorden”, omdat de poëzie en tekst, cruciale elementen van de liederen, ontbreken. Het is fascinerend om te zien hoe Liszt de poëtische inhoud vertaalt naar het muzikale verhaal, waardoor er een extra interpretatieve laag ontstaat die de symbolische inhoud van het gedicht versterkt. Door de pianistische uitwerkingen verandert Liszt de esthetiek van de uitvoering. Het spelen en analyseren van deze transcripties heeft mijn liefde en waardering voor deze stukken verdiept.

‍We mogen ons gelukkig prijzen dat Liszts transcripties genoteerd zijn, omdat ze vertalingen zijn van het ene medium naar het andere. Ze brengen naar voren wat Liszt beschouwde als de essentie van de originele compositie, waardoor ze vaak minder dubbelzinnig worden dan de oorspronkelijke werken. Het andere geluk is ook dat wij vaak het origineel kennen (bijvoorbeeld de Winterreise van Franz Schubert). Daardoor staan wij in de wonderbaarlijke positie om een kijkje te nemen in Liszts compositieproces en te zien hoe hij deze stukken interpreteerde en voelde. Ik probeer daarom eerst te begrijpen wat Liszt essentieel vond: welke stemmen, welke spanningsbogen, welke dramatische functies hij bewaart of juist versterkt. Als uitvoerder betekent dat dat ik voortdurend tussen lagen moet schakelen: wat is dragende structuur, wat is kleur, wat is retoriek? Pas dan kan de complexiteit transparant worden. Dan wordt de transcriptie geen overweldigende massa, maar een helder verteld verhaal.

‍13.    Hoe zorg je ervoor dat virtuositeit nooit het poëtische karakter overschaduwt?

‍Voor mij is virtuositeit nooit een doel, maar een middel van expressie; virtuositeit mag dus nooit losstaan van intentie. Ik probeer techniek zo diep mogelijk te internaliseren, lichamelijk en geestelijk, zodat ze tijdens het spelen geen aandacht meer vraagt. Op dat moment kan virtuositeit dienstbaar worden: ze opent ruimte in plaats van die te vullen. Daarnaast stel ik mezelf steeds de vraag: waarom staat dit hier? Welke emotionele, dramaturgische of symbolische functie heeft deze passage? Als het antwoord daarop helder is, verliest virtuositeit haar glans als effect en krijgt ze betekenis als taal. Poëzie ontstaat dan niet ondanks de techniek, maar dankzij haar.


‍“Interpretatie wordt levende kunst wanneer zij open blijft voor risico en ontdekking.”


‍14.    Wat vraagt Liszt van jou, niet alleen technisch, maar ook geestelijk?

‍Moed en eerlijkheid. Zijn muziek vraagt erom dat je volledig en oprecht aanwezig bent, ook in kwetsbaarheid. Liszt vraagt om een grote innerlijke flexibiliteit. Zijn muziek dwingt me om voortdurend te schakelen tussen climax en introspectie, tussen geloof en twijfel, tussen controle en overgave. Dat is geestelijk veeleisend, omdat het vraagt dat ik mezelf telkens opnieuw openstel. Daarnaast confronteert Liszt me met verantwoordelijkheid: zijn muziek verdraagt geen (ironische) afstand. Om haar overtuigend te spelen moet ik bereid zijn volledig aanwezig te demonstrated zijn, met alles wat ik ben — ook met mijn onzekerheden. Juist dat maakt het spelen van Liszt voor mij zo intens en zo noodzakelijk.

‍Debuut & opnamekunst

‍15.    Je debuutalbum wordt omschreven als bijna spiritueel – hoe ervaarde jij zelf het opnameproces?

‍Het was mijn allereerste cd-opname, dus in zekere zin wist ik nog niet precies wat mij te wachten stond. Dat is aan de ene kant spannend, want je hoort verhalen over hoe zwaar het is en welke problemen er allemaal kunnen ontstaan. Maar aan de andere kant was ik helemaal open voor alles, en ik denk dat dat achteraf misschien een hele fijne instelling was, omdat ik niet bevooroordeeld was en niet probeerde iemands of mijn eigen verwachtingen te projecteren.

‍Voor mij voelde het opnameproces als een vorm van verstilling. Niet spiritueel in de zin van iets ongrijpbaars, maar juist heel aards en geconcentreerd. De studio vergroot alles uit: twijfel, concentratie, maar ook eerlijkheid. Ik werd gedwongen om alles wat niet essentieel was los te laten: geen publiek, geen visuele context, geen adrenaline van het moment. Alleen de muziek, mijn ademhaling en de vraag: meen ik dit echt, tot in de kleinste nuance? En ik werd geconfronteerd met het psychologische aspect dat dit is hoe het nu op de plaat gaat komen — sta ik daarachter?

‍Ik vond het moeilijk om ‘los te laten’: het feit dat deze interpretatie nu vereeuwigd wordt en ik er niets meer aan kan veranderen. Ik ben in die drie dagen zo gegroeid en zo veel bewuster geworden van de kleinste details. Die intensiteit bracht me dichter bij de kern van waarom ik muziek maak. Sommige takes voelden bijna als een gesprek met mezelf — confronterend, soms kwetsbaar, maar ook helend. Achteraf begrijp ik waarom mensen het ‘spiritueel’ noemen: het was een proces van luisteren, niet alleen spelen. En hierbij moet ik echt mijn dank uitspreken aan Brendon Heinst en Hans Erblich (TRPTK); zij hebben mij zo bijzonder door dit proces begeleid. Zonder hen was het misschien heel anders gelopen.

‍16.    Wat was voor jou de grootste uitdaging bij het vastleggen van zo’n intiem en narratief programma?

‍Ik wilde dolgraag deze onbekendere kant van Liszt laten zien — hij als denker, filosoof, mens. Wat ik bij vraag 11 al zei: het zoeken van grenzen, zonder het menselijke te verliezen. De manier waarop hij verbindt en vertaalt, en altijd vol empathie is.

‍De grootste uitdaging was eerlijk blijven zonder te gaan ‘controleren’. In de studio ligt de verleiding constant op de loer om alles ‘perfect’ te willen maken: elke frase glad te strijken, elke onzekerheid te corrigeren. Maar dit repertoire vroeg juist om ademruimte, om menselijkheid, om kleine hoeken en randen die het verhaal geloofwaardig maken. Ik wilde trouw blijven aan het innerlijke verhaal. En daar horen nu eenmaal ook twijfel en onzekerheid bij, of het feit dat niet elke take technisch ideaal was, maar emotioneel wel waarachtig. Dat loslaten was misschien wel de moeilijkste, maar ook de meest bevrijdende stap.

‍17.    Hoe verschilt jouw beleving van muziek in de studio ten opzichte van het podium?

‍Op het podium beleef ik muziek als een gedeelde ervaring. Er is een spanningsboog tussen mij en het publiek die me draagt — soms zelfs verder dan ik vooraf dacht te kunnen gaan. Tijd voelt daar elastisch; emoties ontstaan in het moment en verdwijnen weer; interpretaties kunnen veranderen.

‍In de studio daarentegen is de beleving introverter en tijdlozer. Je bouwt iets dat blijft bestaan, dat later opnieuw beluisterd wordt zonder jouw aanwezigheid. Dat maakt je voorzichtiger, maar ook dieper luisterend. Waar het podium draait om overgave aan het moment, vraagt de studio om toewijding aan de essentie. Beide werelden voeden elkaar: het podium leert me durven, de studio leert me begrijpen.

‍Muzikale verdieping & onderzoek

‍18.    Je combineert uitvoeringspraktijk met musicologisch onderzoek – hoe versterken die twee elkaar?

‍Voor mij zijn uitvoeringspraktijk en musicologisch onderzoek geen twee aparte werelden, maar twee manieren om naar dezelfde waarheid te zoeken. Ik denk zelfs dat deze twee vlakken niet zonder elkaar kunnen. Ik word inmiddels vaak gevraagd wat ik zou kiezen, piano of muziektheorie, en ik begrijp steeds meer dat ik niet hoef te kiezen. Onderzoek verdiept het begrip; spelen brengt die kennis tot leven. Ze voeden elkaar voortdurend. En ik ben ontzettend blij en trots dat ik beide vakken op professioneel niveau mag en kan uitoefenen.

‍Onderzoek dwingt mij in zekere zin tot nederigheid: het herinnert me eraan dat mijn intuïtie altijd historisch, cultureel en persoonlijk gekleurd is. Door bronnen te lezen, context te begrijpen en stijlvraagstukken serieus te nemen, ontdek ik wat er al in de muziek besloten ligt vóórdat ik er een “ik” van maak. Tegelijkertijd voorkomt de uitvoeringspraktijk dat onderzoek steriel wordt. Er zijn theoretici die tientallen jaren discussiëren over hoe je een bepaald akkoord moet analyseren. Maar als je het uiteindelijk speelt, moet je keuzes maken qua articulatie, timing, enzovoort. Dat begrip helpt om bepaalde keuzes te maken, net zoals het spelen je tot nieuwe perspectieven en ideeën in analyse of onderzoek kan brengen. Muziek leeft pas echt wanneer zij klinkt, ademt en risico’s neemt. Achter een piano voel ik meteen welke ideeën muzikaal houdbaar zijn en welke niet. Zo corrigeren en verrijken die twee elkaar voortdurend: onderzoek scherpt mijn keuzes aan, het spelen houdt mijn denken menselijk en lichamelijk.


‍19.    Wat leer je als uitvoerend musicus door diep in partituren en theorie te duiken?

‍Hoe meer ik in partituren duik, hoe duidelijker het wordt dat niets toevallig is. Harmonische verbindingen, spanning en oplossing, stemvoering, ritmische ambiguïteit, zelfs ogenschijnlijk simpele herhalingen dragen betekenis. Theorie leert me luisteren met een vergrootglas: ik hoor waar de muziek ergens “naartoe wil”, waar zij aarzelt, waar zij zich verzet. Tegelijk leer ik ook de grenzen van analyse kennen. Niet alles wat belangrijk is, laat zich benoemen (gelukkig!). Juist dat besef maakt me als uitvoerder vrijer: ik weet wanneer ik moet vertrouwen op kennis, en wanneer ik moet loslaten en ruimte moet laten voor het moment. Ik denk dat dit het mooie is van de combinatie uitvoerend musicus en theoreticus: omdat ze elkaar aanvullen, eindig je nooit op een doodlopende weg.




‍20.    Hoe beïnvloeden teksten, poëzie en liedkunst jouw pianistische interpretaties?

‍Tekst en poëzie hebben mijn manier van musiceren diepgaand veranderd. Liedkunst heeft mij geleerd dat frasering in wezen spreken is, ademen is, betekenis dragen. Zelfs in puur instrumentale muziek denk ik vaak in woorden, in zinnen met komma’s en punten. Ook tegen mijn leerlingen zeg ik vaak: “Muziek is taal, met syntax, grammatica, cadans en rustmomenten.”

‍Bijvoorbeeld de instrumentale muziek van Bach: musici weten dat in de Urtext vaak weinig tot geen aantekeningen genoteerd zijn, zoals dynamiek of articulatie. Maar in die tijd waren het melodieën en motieven die gezongen werden; mensen kenden deze muziek uit de kerk, uit het dagelijks leven. Zo brengt elk motief eigenlijk een lading aan betekenis met zich mee, diep emotioneel en zelfs programmatisch. Eigenlijk verschilt deze muziek dus niet zozeer van de muziek van R. Schumann of F. Liszt, alleen zijn de waardes en de culturele, traditionele context heel anders.

‍Poëzie leert me luisteren naar wat niet expliciet gezegd wordt, naar dat wat tussen de regels gebeurt: stilte, ondertekst, dubbelzinnigheid. Daardoor zoek ik meer naar richting, intentie en innerlijke noodzaak. Muziek wordt voor mij zo een vorm van taal — niet eenduidig, maar wel geladen.

‍Voorwoord (60 woorden) – namens PianoVrienden
Met trots presenteren wij Alexandra Kaptein, een musicus van zeldzame diepgang. Haar spel verenigt verbeelding, discipline en menselijkheid, en nodigt uit tot aandachtig luisteren. In dit project delen wij haar visie, onderzoek en poëtische kracht. PianoVrienden ondersteunt kunstenaars die verbinden, verdiepen en inspireren. Alexandra belichaamt precies dat: levende muziek, verteld met overtuiging en warmte, voor een breed en nieuwsgierig publiek.


‍21.    In hoeverre zie jij jezelf als verteller van een verhaal dat al in de partituur besloten ligt?

‍We hadden het net over Bach; een ander prachtig voorbeeld is de muziek van R. Schumann. Zijn muziek is bijna een klankdagboek van zijn innerlijke wereld. Maar om dat over te brengen — dat symbolisme, psychologisch dualisme en die emotionele ambiguïteit — naar de luisteraar, moet je (tenminste, dat voelt voor mij zo) het door je eigen wezen laten gaan. En ja, soms kan dat heel overweldigend zijn, en achteraf heb je een bepaald overzicht nodig om de rode lijn en jezelf niet te verliezen.

‍Het bekendste symbool in Schumanns oeuvre is zijn opsplitsing van de persoonlijkheid in twee alter ego’s: Florestan — impulsief, vurig, extrovert, manisch; en Eusebius — dromerig, introvert, lyrisch, melancholisch. Deze figuren komen uit zijn literaire denken (Schumann was ook schrijver en criticus) en vertegenwoordigen tegengestelde psychische toestanden. In zijn muziek wisselen ze elkaar soms abrupt af, soms overlappen ze elkaar. (Florestan: snelle tempi, syncopen, sterke dynamiek, plotselinge modulaties; Eusebius: langzame bewegingen, zachte dynamiek, zwevende harmonieën.) Schumann maakt gebruik van muziek als symbolische taal, niet alleen als abstracte vorm. Veel stukken zijn karakterstukken: geen emoties “op zich”, maar emoties als rol, als personage.

‍Dit creëert een fundamentele ambiguïteit: is de emotie oprecht of gespeeld? Is het ironie, droom of bekentenis? Schumann vermijdt vaak eenduidige gevoelens. Zijn muziek is zelden “alleen vrolijk” of “alleen verdrietig”. Muziek wordt bij hem dus associatief, een innerlijke monoloog, geen retorisch betoog. Kreisleriana is misschien wel zijn meest directe muzikale portret van psychische instabiliteit: grillig, obsessief, maar ook diep lyrisch. Om die muziek te spelen moet je die innerlijke tegenstrijdigheid, de gecodeerde personages en dat dualisme van tegelijkertijd droom en crisis voelen. Hij is misschien wel de eerste componist bij wie muziek niet alleen gevoelens uitdrukt, maar ze ook bevraagt.
 

‍ “Muziek werd een plek waar emoties mochten bestaan zonder uitleg of verantwoording.”


‍Maar nu drijf ik een beetje af.

‍Ik zie mezelf niet als de bedenker van het verhaal, maar als degene die het verhaal hoorbaar maakt. De partituur bevat ongelooflijk veel informatie, maar zij is geen voltooid kunstwerk zonder de uitvoerder. Mijn taak is te luisteren naar wat er al is en dat met overtuiging en verantwoordelijkheid tot leven te brengen. Tegelijk ontkom ik er niet aan dat mijn eigen ervaringen, twijfels en gevoeligheden meeklinken. Misschien ben ik dus een verteller die het verhaal doorgeeft in zijn eigen stem, met respect voor de tekst, maar ook met de moed om werkelijk aanwezig te zijn. Dat spanningsveld maakt musiceren voor mij zo wezenlijk en menselijk.

‍Opleiding, mentoren & groei

‍22.    Je hebt gestudeerd bij verschillende toonaangevende docenten – wat heb je van hen meegenomen?

‍Ontzettend moeilijk om daar een specifiek antwoord op te geven. Ik denk dat elke docent je begeleidt door een fase in je leven en je meegeeft wat jij op dat moment het meest nodig hebt. Dat vraagt om een heel zorgvuldige en individuele benadering (wat ik zo fascinerend vind aan het docentschap), en dat is de reden waarom je wel of niet een ‘klik’ hebt met iemand. Voor mij was dat altijd heel belangrijk, en ik weet helaas ook hoe het is als die relatie ongelukkig en ongezond is. Het is een onbeschrijfelijk gevoel wanneer je op één golflengte zit met je docent; dan ontstaat er zo’n geweldige werksfeer en ruimte voor inspiratie.

‍Het is zo’n bijzonder vak: als docent ben je niet alleen verantwoordelijk voor techniek of repertoirekennis. Je begeleidt iemand in zijn of haar muzikale groei, maar ook in de artistieke en persoonlijke ontwikkeling. Je werkt met jonge mensen die helemaal aan het begin staan, onzeker zijn, angsten hebben, verwachtingen, hoop of teleurstelling. Je moet inspireren, richting geven, stimuleren en vooral helpen een eigen stem te vinden. Dat is denk ik een van de moeilijkste dingen in onze huidige tijd. Mijn docent nu (A. Frölich in Keulen) zegt bijvoorbeeld vaak: “Ik kan alleen maar aan die denkbeeldige deur kloppen, en het is aan jou of jij hem opent en erdoorheen gaat.”

‍Van elke docent heb ik iets wezenlijks meegenomen, maar zelden precies wat zij expliciet probeerden over te dragen. Je leeft samen in een bepaalde belevingswereld. De één leert discipline en ambacht: hoe je een muzikale gedachte technisch betrouwbaar maakt. Een ander confronteert je met je angsten en grenzen — soms ongemakkelijk, maar noodzakelijk. Wat ze gemeen hadden, was dat ze mij dwongen verantwoordelijkheid te nemen voor mijn eigen stem. Uiteindelijk leer je niet wat te spelen, maar waarom je speelt. De beste mentoren geven, denk ik, geen antwoorden, maar scherpen je vragen aan.


‍23.    Hoe heeft je Konzertexamen-studie in Keulen je artistiek gevormd?

‍Het Konzertexamen in Keulen voelde als een kantelpunt: ik kwam er heel onverwacht terecht. De toelating daar is ongelofelijk zwaar, met meerdere rondes en maximaal twee plekken waarvoor meer dan veertig mensen zich aanmelden. En plotseling stond ik daar, en hield het “leren” op en begon het “leven”. De verwachting was niet langer potentie, maar overtuiging. Ik werd gedwongen mijn keuzes te verdedigen — niet met woorden, maar met klank. Ik leerde vertrouwen én heel hard werken: artistieke vrijheid krijgt pas betekenis binnen een scherpe vorm. Keulen opende een nieuwe wereld aan mogelijkheden, perspectieven, inzichten en gedachten; je moet jezelf zijn in de muziek en jouw waarheid spreken.


‍“Techniek is geen doel, maar een middel waardoor muziek werkelijk kan spreken.”



‍24.    Welke fase in je opleiding was het meest bepalend voor je huidige artistieke identiteit?

‍Ik denk dat alle fases op hun eigen manier belangrijk, waardevol en bepalend waren; samen maken ze mij tot de musicus die ik vandaag ben. Ook fases van twijfel, momenten waarop alles niet meer voldoende voelde. Maar ook succes, en het moment waarop ik accepteerde dat kwetsbaarheid geen tekortkoming is, maar een kracht; toen interpretatie geen prestatie meer was, maar een persoonlijke noodzaak. Ik denk dat ik dit open wil laten, want je groeit je hele leven en er zullen nog heel toonaangevende fases aankomen. In zekere zin opende mijn postdoctorale studie voor mij opnieuw een nieuwe horizon en hogere grenzen, maar ik wil verder: nieuwe uitdagingen, meer groei en altijd blijven leren.

‍Podium, publiek & overdracht

‍25.    Wat gebeurt er voor jou in het moment waarop muziek echt begint te leven in een zaal?

‍Dat moment laat zich niet afdwingen en ook niet precies plannen. Technisch gezien begint het concert wanneer ik de eerste noot speel, maar muzikaal begint het vaak al daarvoor — soms uren of zelfs dagen eerder, of soms pas later. Voor mij begint muziek te leven wanneer alles samenkomt: de aandacht in de zaal zich verzamelt en verstilt, ik in de muziek ben, en de ruimte om mij heen als het ware versmelt in het verhaal. Ik voel dat letterlijk: de lucht verandert, de tijd lijkt trager te worden. Mijn eigen ademhaling zakt, mijn gehoor wordt scherper.

‍Op dat punt verdwijnt het gevoel dat ik “iets uitvoer”. De partituur is er nog, mijn techniek is er, maar ze staan niet meer op de voorgrond. Ik luister intens — niet alleen naar mijn instrument, maar ook naar hoe de ruimte reageert, hoe een toon terugkomt, hoe een frase kan uitademen. De muziek wordt een gedeelde gebeurtenis. Het is alsof de zaal zelf mee-resoneert en ik slechts degene ben die het proces op gang brengt. Dat is het moment waarop interpretatie verandert in aanwezigheid. Van controle naar vertrouwen.

‍26.    Hoe belangrijk is stilte – vóór, tijdens en na het spelen?

‍Stilte is op zichzelf een bijzonder concept. Is het de afwezigheid van geluid? Concentratie? Cage? En de muziek in je hoofd? Wanneer is het echt ‘stil’? Voor het spelen is stilte, denk ik, een voorbereiding: een innerlijke afstemming, ruimte maken voor gevoel en klank; het moment waarop ik mij losmaak van het alledaagse — van haast, verwachtingen, ego. In die stilte herinner ik mij waarom ik deze muziek speel en niet een andere. Als die stilte ontbreekt, voelt het spelen oppervlakkiger, hoe goed het technisch ook gaat.

‍Tijdens het spelen is stilte actief: de ruimte tussen de noten. Die stiltes zijn geen pauzes, maar spanningsvelden. Ze vragen moed, want stilte confronteert — zowel mij als het publiek. Maar juist daar ontstaat betekenis: in wat niet wordt ingevuld. Na afloop is stilte misschien wel het meest kostbaar — daar toont zich of iets werkelijk is aangekomen. Die stilte kan soms sterker zijn dan meteen daverend applaus. Stilte is misschien wel het fundament.

‍27.    Wanneer voel jij de diepste verbinding met je publiek?

‍De diepste verbinding voel ik wanneer ik het gevoel heb dat ik niets hoef te bewijzen. Wanneer de drang naar controle plaatsmaakt voor vertrouwen. Dat gebeurt vaak in momenten van risico. Niet wanneer alles perfect gaat, maar wanneer er iets op het spel staat. Wanneer ik risico neem en het publiek dat voelt. Die diepste verbinding ontstaat in momenten van gedeelde kwetsbaarheid — wanneer niemand in de zaal precies weet waar de volgende noot zal landen, maar iedereen bereid is die samen te dragen.

‍In zulke momenten voel ik dat het publiek niet oordeelt, maar meeleeft en meecreëert. Dat we samen in dezelfde tijd en adem leven. Ik zie het niet altijd, maar ik hoor het: in de stilte, in de manier waarop iemand durft te blijven luisteren. Dan ontstaat een wederkerigheid — ik geef niet alleen, ik ontvang ook. Die verbinding is zeldzaam en niet vanzelfsprekend, maar wanneer ze er is, is het een bijna transcendent gevoel. Dan wordt muziek een gedeelde ervaring van menselijkheid — fragiel, tijdelijk en juist daarom van grote waarde.

‍Ik denk dat dat de reden is waarom liveconcerten nooit zullen verdwijnen uit ons leven. Vooral de opkomst van kunstmatige intelligentie stelt soms de vraag of wij dit vak kunnen blijven uitoefenen. En ik denk van wel; op een gegeven moment wil je terug naar het oprechte, niet meer die overvloed aan oppervlakkigheid, die vluchtige, lege massa aan ‘informatie’. Wij hebben als mensen behoefte aan kunst die wij samen mogen ervaren. Muziek is in de klassieke traditie nooit alleen een reeks correcte noten geweest; het gaat om interpretatie, ademhaling, timing, risico en kwetsbaarheid. Hoe meer muziek digitaal, perfect en oneindig reproduceerbaar wordt, hoe groter de waarde van het onherhaalbare moment.

‍Een liveconcert is per definitie uniek. Het bestaat alleen daar en dan, met die musici, dat publiek, die akoestiek en zelfs die toevallige hoest in de zaal. Mensen zoeken niet alleen klank, maar ook betekenis en verbondenheid. In een concertzaal deel je stilte, verwachting en emotie met anderen. Dat gedeelde luisteren is iets fundamenteel menselijks. Juist in een tijd waarin veel kunst door algoritmen wordt geproduceerd, groeit de behoefte aan iets echts: een muzikant die faalt, herstelt, ademt, kijkt, reageert. Dat maakt klassieke muziek geen museumkunst, maar een levend ritueel. Het besef dat wat je hoort voortkomt uit jaren van toewijding en een menselijk leven, geeft de muziek een andere lading.


‍ “Ik zie mezelf niet als bedenker, maar als verteller van wat al besloten ligt.”


‍Reflectie & toekomst

‍28.    Wat betekent succes nu voor jou?

‍Trouw blijven aan mijn innerlijke kompas en verdieping blijven zoeken. Mijzelf blijven uitdagen, eerlijk en oprecht blijven — de muziekwereld is natuurlijk (zoals elk professioneel vlak) heel competitief en hard. Ik denk dat het belangrijk is om altijd bewust te blijven van: ‘Wat wil ik zeggen? Welk verhaal zet ik neer?’ Jezelf niet verliezen in de ‘vermarkting’. En zolang dat uit het hart komt en er goede intenties zijn, zul je altijd een open oor vinden.

‍29.    Hoe zie jij je rol in de klassieke muziekwereld van vandaag?

‍Hopelijk visionair — ik zou graag nieuwe bruggen en verbindingen willen maken. Een rol als verbindende verteller, tussen partituur, ruimte en luisteraar. Tussen uitvoeringspraktijk en onderzoek, maar ook tussen denken en voelen, tussen historisch bewustzijn en hedendaagse zeggingskracht. Voor mij begint muziek niet bij de noot op papier en eindigt zij ook niet bij de uitvoering; ze leeft juist in de ruimte daartussen.

‍Als uitvoerend musicus voel ik een grote verantwoordelijkheid om het repertoire serieus te nemen in zijn historische, theoretische en esthetische context. Die dwingt mij om altijd kritisch te blijven en beschermt me tegen oppervlakkige tradities die zich soms als vanzelfsprekend hebben vastgezet. Tegelijkertijd geloof ik niet dat onderzoek een doel op zich is. Het moet omgezet worden in klank, frasering, timing en karakter. Door die taal te begrijpen, kan ik als uitvoerder dichter bij de psychologische en emotionele kern van een werk komen — en die vervolgens overtuigend overbrengen op een publiek van nu.

‍Binnen het huidige muzieklandschap, dat soms laveert tussen museale conservatie en vluchtige actualiteit, zoek ik naar verdieping zonder dogma. Ik wil geen ‘historisch correcte’ uitvoeringen maken die het risico lopen levenloos te worden, maar ook geen vrije interpretaties die hun wortels verliezen. Voor mij ontstaat relevantie juist wanneer kennis en verbeelding elkaar wederzijds versterken.

‍Daarnaast zie ik het als mijn taak om luisterervaringen te openen, niet alleen te presenteren. Door context te delen, door repertoire zorgvuldig te programmeren en door vragen niet uit de weg te gaan: waarom raakt deze muziek ons nog? Wat zegt zij over menselijke kwetsbaarheid, conflict, verlangen of troost? Kortom, ik zie mijn rol als die van een zoekende, reflecterende musicus: iemand die blijft luisteren, blijft leren en die klassieke muziek benadert als een levend gesprek — tussen verleden en heden, tussen componist, uitvoerder en luisteraar.

‍30.    Eén essentie van muziek die je wilt overbrengen?

‍Dat muziek ons herinnert aan onze menselijkheid — kwetsbaar, zoekend en verbonden. Dat er zo veel licht is in muziek, ook vandaag. In ónze tijd. Soms klein, soms wankel — maar het dooft nooit. Het licht is er. Vaker dichterbij dan we denken. Dat er altijd hoop is, dat er altijd een reden is om door te gaan — dat het uiteindelijk allemaal goed komt.


‍Nawoord – namens PianoVrienden
Met dankbaarheid kijken wij terug op deze samenwerking met Alexandra Kaptein. Haar toewijding, openheid en artistieke moed maakten dit traject bijzonder. PianoVrienden blijft zich inzetten voor projecten die ruimte geven aan nuance, stilte en betekenis. Wij hopen dat deze muziek blijft resoneren, nieuwe vragen opent en luisteraars verbindt, vandaag en morgen, met vertrouwen, vreugde en blijvende inspiratie voor iedereen wereldwijd.

Redactie e-mailadres: 

info@pianovrienden.nl

Pianovrienden | 2026