Damiën Heemskerk. Muziek als Leven, Verbeelding en Verbinding
Voorwoord
Namens PianoVrienden presenteren wij met trots dit interview, waarin Damiën ons meeneemt in zijn muzikale wereld. In zijn open en reflectieve antwoorden laat hij zien hoe passie, discipline en verbeeldingskracht samenkomen in zijn kunstenaarschap. Het gesprek biedt niet alleen inzicht in zijn ontwikkeling als pianist en componist, maar ook in zijn visie op de toekomst van de klassieke muziek. Wij hopen dat dit interview inspireert en uitnodigt om met hernieuwde nieuwsgierigheid naar zijn muziek te luisteren.
Persoonlijke vragen over de mens Damiën
Wat betekent muziek voor jou als persoon?
Muziek is voor mij tegelijkertijd een grote uitlaatklep (en uiteindelijk ook een soort levenspartner), maar ook een middel van communicatie. Muziek stelt mij in staat om een boodschap naar het publiek over te brengen; daarmee is de muziek zelf ook een instrument voor mij. Buiten de kunstvorm is muziek ook gewoon een leuke manier om je dag te besteden en een goed middel om zelfverbetering te bewerkstelligen. Muziek uitvoeren of oefenen betekent jezelf een constante spiegel voorhouden om te kijken wat er te verbeteren valt. Daardoor word je als muzikant snel heel reflectief, af en toe ook net iets te veel voor je eigen bestwil. Daarom probeer ik ook een beetje afstand te bewaren tot de muziek. Ik denk dat het gezond is om niet alle eigenwaarde altijd aan je niveau als muzikant of uitvoerder te koppelen, hoewel dat natuurlijk wel op de loer ligt. Het betekent nog het meest voor me dat muziek me heeft toegestaan om zoveel mooie en diverse mensen te ontmoeten. Niet alleen medemuzikanten, maar soms heb ik bijvoorbeeld ook de mooiste gesprekken met mensen uit het publiek. Op die dagen is de communicatie geslaagd en begrijpt men het verhaal dat je hebt verteld, hoewel dat niet altijd in woorden te vatten is.
Hoe heeft jouw jeugd en je eerste muzikale ervaringen je gevormd?
Mijn jonge jeugd kende, buiten de gewone kinderliedjes, niet bijzonder veel muzikale ervaringen; niemand in de familie is dan ook muzikant (hoewel mijn vader af en toe graag wat akkoorden op de piano of gitaar speelt). Mijn eerste muzikale ervaringen waren eigenlijk op de basisschool, toen ik het voornamelijk leuk vond om popliedjes te zingen; op een goede dag speelde mijn vader dan wat akkoorden mee. Desondanks moet ik vóór de middelbare school geen serieuze muzikale interesse hebben getoond. Jammer, want de kansen deden zich zeker voor om eerder al met de piano te beginnen. Ik denk er soms graag aan hoeveel beter ik dan wel niet was geweest, maar ergens is het misschien ook een kleine zegen dat ik nooit op jonge leeftijd die prestatiedruk heb hoeven meemaken en dat ik muziek maken ook nooit heb gezien als iets wat moet. In die zin ben ik vooral blij dat ik me gedurende mijn jeugd ook vooral buiten het muzikale vlak heb mogen ontwikkelen en ook de wereld buiten de muziek heb mogen meemaken.
Wat zijn belangrijke waarden of overtuigingen die je meenam uit je familie of omgeving?
Dat is lastig te zeggen; misschien moet ik toch mijn ouders maar eens vragen wat ze me hebben geprobeerd bij te brengen. Over het algemeen denk ik dat ik heb geleerd om verantwoordelijkheid niet uit de weg te gaan en gemaakte plannen na te volgen; dat heeft me op veel momenten (ook in de muziek) net over de streep getrokken wanneer het lastig werd. Daarnaast ben ik thuis altijd vrij geweest om te doen wat ik wilde (als ik er maar gelukkig van werd). Daardoor heb ik altijd de ruimte of vrijheid gevoeld om me te verdiepen in de dingen waarin ik op dat moment geïnteresseerd was. Ik weet dat als ik zou beslissen om morgen een carrièreswitch te maken, mijn familie de eerste zou zijn om me daarin te ondersteunen. Dat is natuurlijk ontzettend fijn en een groot voorrecht: die onvoorwaardelijke liefde te voelen. Ik probeer hetzelfde door te geven aan de mensen die ik liefheb.
Hoe ga je om met momenten van stress of onzekerheid tijdens een concert?
Ik denk niet dat ik daar zelf per se een goede of doordachte methode voor heb (mocht iemand goede tips hebben, neem vooral contact met me op). Het is nu eenmaal het lot van een muzikant dat dat soort momenten op je pad komen, voor of tijdens concerten. Ik probeer er vooral nuchter mee om te gaan, te accepteren dat die gevoelens en momenten er zijn en erop te vertrouwen (of soms ook een beetje te hopen) dat de voorbereiding genoeg was. Op een gegeven moment is dat moment dan weer net zo snel voorbij als het gekomen is. Af en toe kan die stress of nervositeit juist ook veel toevoegen aan de spontaniteit van een optreden: net een extra vonkje dat er in de oefenruimte niet is.
Vragen over je muzikale achtergrond en opleiding
Hoe en waarom ben je begonnen met piano spelen toen je 12 was?
We hadden al een tijdje een elektrische piano bij ons thuis op zolder, maar op de een of andere manier weigerde ik om daarop te spelen en werd de piano voornamelijk door mijn vader gebruikt. Dat veranderde toen ik op de middelbare school begon. Daar hadden we een piano staan in de pauzeruimte en kreeg ik voor het eerst ook muziekles op keyboards.
In de pauzes waren we vaak met een groepje vrienden bij de piano en werden er vaak simpele popliedjes gespeeld. Dit motiveerde me om na al die tijd toch ook zelf thuis wat akkoordjes uit te zoeken via YouTube-tutorials. Eigenlijk kun je wel stellen dat dat toch flink uit de hand is gelopen; na een half jaar was ik ongeveer bij Einaudi-liedjes aanbeland en besloot ik les te nemen. Inmiddels waren de anderen al afgehaakt in de pauzes en was ik vaker alleen aan het oefenen.
Welke invloed had je eerste pianodocente op jouw ontwikkeling?
Mijn eerste docente (Elly van der Wallen) heeft me echt de liefde voor muziek bijgebracht. Ook niet onbelangrijk: in het eerste jaar wees ze me met veel liefde en geduld op het feit dat het misschien toch wel handig was om van bladmuziek te leren lezen. Aanvankelijk bleef ik eigenwijs via YouTube leren, maar op een gegeven moment maakten we een switch naar het klassieke repertoire en toen voelde ik die noodzaak zelf ook wel.
Ik heb ontzettend veel goede herinneringen aan de lessen met Elly. Nog belangrijker dan het verbeteren van de techniek en muzikaliteit is, denk ik, toch dat ze me een stukje geduld en discipline heeft bijgebracht, wat bij mij als puber zeker nog miste en toch hard nodig is in het professionele muziekleven (en het leven daarbuiten). Ik had geen betere, lievere en vrijere docent kunnen hebben dan Elly, die me altijd heeft ondersteund in al mijn bezigheden. Zelfs toen ik op mijn 15e mijn eerste (en toen vrij matige) stukken componeerde, was zij degene die steeds de moeite nam om er een mooie digitale versie van te maken. Dat heeft, denk ik, ook zeker het vuur voor compositie aangewakkerd bij mij.
Daarnaast was het ontzettend lief van haar dat ze ons gezin haar mooie Yamaha-vleugel heeft verkocht in mijn eerste jaar op het conservatorium. Dat betekende dat ik na al die tijd op een elektrisch instrument eindelijk een volwaardig instrument had om te gebruiken tijdens mijn opleiding. Nog steeds wordt de vleugel gebruikt voor huiskamerconcerten bij ons thuis en het is heel bijzonder om die link te voelen met mijn eerste lerares.
Hoe was jouw ervaring bij Codarts Rotterdam en wat heb je daar het meest geleerd?
Ik heb op Codarts een fantastische tijd gehad en ben heel erg dankbaar voor de vele kansen die de school mij heeft geboden. Mijn eerste aanrakingen met kamermuziek bijvoorbeeld, of de fantastische kans om mijn eindexamen met orkest in De Doelen te spelen. Zeker niet in het minst de muzikale lessen die ik van mijn docent Bart van de Roer heb ontvangen. Ten tijde van mijn auditie had ik eigenlijk niet het nodige niveau en was het een beetje kantje boord of ik wel toegelaten zou worden. Toch heeft hij me de kans gegeven om te beginnen in de vooropleiding en daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor.
Het meest waardevolle was, denk ik, toch wel dat ik voor het eerst samen was met andere studenten die ook vol voor de muziek gingen. Zeker voor mij was dat stukje begrip heel belangrijk. Middels de muziek heb ik op Codarts hele hechte vriendschappen en samenwerkingen mogen vormen.
Wat motiveerde je om een master te gaan volgen aan de Noorse Muziekacademie in Oslo?
Voornamelijk een hele inspirerende docent, Sigurd Slåttebrekk. Ik kende al enkele opnames van hem en die werden snel wat van mijn favorieten. Vooral zijn opnames van Grieg zijn absoluut ongelooflijk. Nadat mijn docent op Codarts ook het conservatorium van Oslo had aangeraden, besloot ik om hem een e-mail te sturen. Nadat ik voor het eerst naar Oslo ging om bij hem op les te gaan, beviel dat zó goed dat ik besloot mijn zinnen volledig op Oslo te zetten.
Met welke uitdagingen kreeg je te maken bij je masterstudie in het buitenland?
Buiten de gewone uitdagingen die een masterstudie biedt (veel werkdruk, de balans proberen te houden tussen werk- en studieleven, etc.) zijn het vooral de kleine dingen waar je niet veel over nadenkt tot je ook echt vertrekt. Bijvoorbeeld de bureaucratie in Noorwegen; die heeft me een half jaar constante kopzorgen opgeleverd om me überhaupt te kunnen registreren in de gemeente Oslo, en nog een paar maanden om vervolgens een bankrekening te kunnen openen. Natuurlijk zijn er ook momenten van eenzaamheid en dat je je thuis mist, maar misschien ook juist daardoor voel ik dat we hier op school een ontzettend hechte gemeenschap van internationale studenten hebben opgebouwd, die allemaal hetzelfde doormaken. Daardoor voelt het al een beetje als thuis hier. Verder mag ik natuurlijk niet te veel klagen in dit prachtige land en is het vooral heel erg genieten van de mooie mensen, landschappen en cultuur.
Hoe heeft het leven in Oslo je als muzikant en als mens veranderd?
Ik weet niet of dit specifiek met Oslo te maken heeft, met mijn docent, met de fase waarin ik nu ben in mijn leven, of alles bij elkaar (waarschijnlijk het laatste), maar ik voel me steeds vrijer in mijn creatieve ambities en ik voel ook steeds minder druk om in een bepaald plaatje te passen. Eigenlijk heb ik langzaam het gevoel gekregen dat alles goed komt, in ieder geval op artistiek vlak [;)]. Ik denk ook dat mijn docent daar een grote bron van inspiratie in is. Na een carrière als concertpianist heeft hij zich toegelegd op het maken van een kinderanimatieserie. Recenter heeft hij ook een fantastische pretparkattractie geproduceerd, gebaseerd op een serie concerten waarmee hij de jeugd inspireert voor (klassieke) muziek. Ik vind dat echt supermooi en een groot voorbeeld voor mezelf.
Vragen over concerten & uitvoeringen
Welke ervaring uit je concertpraktijk is je tot nu toe het meest bijgebleven?
Oei, toch wel heel moeilijk om er maar eentje uit te kiezen... Ik zou toch mijn eindexamen willen noemen, waar ik de unieke kans kreeg om in de grote zaal van De Doelen onder andere het concert voor piano en strijkers van Schnittke op te voeren, met dirigent Alejandro Cantalapiedra. Wat me nog het meest is bijgebleven, is hoeveel mensen me daarin hebben gesteund en me dingen hebben gegund: Codarts en mijn docent Bart van de Roer, die het vertrouwen in mij en het project hadden en me de kans gaven op zo’n mooie locatie te spelen. Alle mensen die vrijwillig (en komend vanuit het hele land) met volle overtuiging in het orkest speelden, en niet in het minst Alejandro, die mij zo erg heeft geïnspireerd in de samenwerking. De manier waarop hij het orkest leidde in de repetities en het concert was ongekend, met snelheid, effectiviteit en liefde tegelijk. Tijdens de uitvoering voelde ik me mede door hem zo zeker en veilig; als solist kun je niet meer wensen dan die vrijheid van de dirigent en het orkest. Voor mij was het een magisch moment en een droom die uitkwam om dat fantastische concert van Schnittke op die manier uit te voeren.
Hoe bereid je je voor op een solo-concert versus een optreden met orkest?
Spelen met een orkest is altijd een cadeautje, maar er hangt ook wat extra verantwoordelijkheid aan. Het is elke keer anders: geen orkest is hetzelfde en je moet ook maar net een klik hebben met de dirigent. Dat zorgt soms voor een hele spannende en een beetje onvoorspelbare energie, waar ik persoonlijk heel erg van kan genieten. Op zijn best krijg je een soort elektriciteit mee die je in solo-optredens helemaal zelf zult moeten ontwikkelen. Vaak weet ik daar beter waar ik aan toe ben, maar het gaat voor mij net wat minder makkelijk om dezelfde hoge energie op te wekken en vol te houden als ik solo speel. Dan voel ik me af en toe ook iets onzeker. Het is, denk ik, inherent aan solomuziek dat er misschien wat meer momenten van kwetsbaarheid zijn. Dat kan prachtig uitpakken, maar is af en toe ook lastig te realiseren.
Wat vind je het leukste aan kamermuziek spelen?
Het ligt ook een beetje aan de componist natuurlijk, maar als alles écht goed loopt binnen een ensemble, voel ik me echt één met mijn medemuzikanten. Het is alsof je alles met elkaar deelt zonder woorden te gebruiken. Je kunt zo ook veel leren over iemand door hoe iemand speelt — heel gek is dat soms. Als die muzikale band goed zit, is het vaak ook bijna onvermijdelijk dat er buiten de oefenruimte een mooie vriendschap volgt en natuurlijk... zijn die vriendschappen uiteindelijk het allerleukst aan de kamermuziek!
Kun je een moment beschrijven waarop een publiek je echt verraste?
Ik speelde een keer met violiste Nina Broeva een concert in een verzorgingstehuis en speelde als deel van het programma ook solo de Andante spianato et grande polonaise brillante van Chopin. Op het moment dat ik de melodie van het Andante inzette, begon een mevrouw op de eerste rij luidkeels mee te zingen en hield dat het hele eerste deel vol. Aanvankelijk was ik natuurlijk erg verrast, maar later leerden we dat die mevrouw dementie had en dat het toevallig een van haar favoriete stukken betrof. Ik vond dat zo’n prachtig moment en ik denk dat veel muzikanten die in verzorgingstehuizen spelen of hebben gespeeld, soortgelijke ervaringen zullen hebben. Het zijn fantastisch mooie en dankbare locaties om op te treden.
Wat zijn je favoriete soorten locaties om op te treden?
Ik denk dat ik het meest geniet van meer kleinschalige locaties, waar je de kans hebt om nauw contact te leggen met het publiek en dan ook echt in dialoog kunt gaan. Het geeft heel veel energie om de gezichten van mensen te kunnen zien tijdens het spelen, en daarmee kun je ook direct aflezen wat de reactie is en daarop inspelen in de uitvoering. Een soort van continue inspiratie — dit heb ik veel minder in grotere zalen of podia, waar het publiek toch wat anoniemer is. Ik denk (of hoop) ook dat het publiek het waardeert als een artiest de uitvoering precies afstemt op de energie en persoonlijkheden van de luisteraars. Neem bijvoorbeeld de hiervoor genoemde verzorgingstehuizen, huiskamers, salons of zelfs educatieve gelegenheden zoals de fantastische Classic Express.
Repertoire & interpretatie
Hoe kies je de stukken die je speelt, vooral als je een breed repertoire hebt?
Uiteindelijk krijg je dat brede repertoire alleen maar dóór de stukken die je speelt en uitkiest. Ik probeer daar soms ook de stukken op uit te kiezen, ook al is het stuk iets dat misschien op het eerste gezicht niet per se bij me past, of juist een nieuwe uitdaging oplevert. Toch is het meestal zo dat je vanuit het oogpunt van een concertprogramma denkt en daarbij wel of niet een thema in gedachten hebt. Het is een grote uitdaging om een rode lijn te kunnen trekken door een programma en daarmee een sterk verhaal te presenteren, waarbij vaak ook nog wordt verwacht dat je een grote diversiteit aan klanken, technieken en sferen presenteert. Daarnaast moet je als pianist ook nog eens voor zeer lange tijd kunnen studeren zonder verveeld te raken.
Als student is er daarbij nog de extra uitdaging dat ik het liefst ook de expertise van mijn docent optimaal benut. Daartoe kies ik vanuit dat oogpunt vaak ook stukken die mijn leraar goed kent; dan kan hij me net wat beter helpen met de specifieke technische vraagstukken en heb ik de kans om mijn vaardigheden nog sneller te ontwikkelen.
Concluderend is dit soms best een moeilijke puzzel, waar je als artiest een gebalanceerde oplossing voor moet vinden. Dat is soms best uitdagend, en dan heb ik het nog niet eens over het uitkiezen van stukken voor kamermuziek, waarbij je ook nog rekening moet houden met de mening van anderen...
Speel je liever muziek uit een bepaalde periode (zoals romantiek, modern) of juist alles door elkaar?
Ik ben aanvankelijk begonnen in het klassieke en romantische kernrepertoire, maar merk steeds meer dat ik juist in de richting van de moderne muziek word gezogen. Steeds meer heb ik ook interesse in minimalistische en new-age-muziek, waar soms nog wel op wordt neergekeken in het klassieke bolwerk. Toch vind ik dat die muziek, naast ook de meer avant-gardistische eigentijdse muziek, meer van toepassing is op onze tijd en op het soort gevoel dat ik graag teweeg wil brengen met mijn spel. Vaak vind ik ook dat componisten steeds meer oog hebben voor het specifieke gevoel dat ze met hun muziek of kunstwerk teweeg willen brengen bij het publiek.
Sommige stijlen staan erom bekend dat het vaak de bedoeling is dat bij het “gewone” publiek een soort weerzinwekkend gevoel wordt opgewekt; andere stijlen zijn juist meer toegankelijk en proberen zo direct mogelijk het grote publiek aan te spreken — neem bijvoorbeeld de filmmuziek. Als muzikant die een programma moet samenstellen, is het heel erg fijn wanneer de componist al heel bewust heeft nagedacht over de reactie van het publiek, wat dat gevoel ook mag zijn (sommige mensen, waaronder ik, genieten juist ook weer van het gevoel van weerzin dat sommige muziek teweegbrengt). Het fijne van moderne of eigentijdse muziek vind ik dan ook dat de diversiteit in stijlen en klanken nog nooit zo groot is geweest, en ik denk dat die diversiteit binnen hetzelfde concert ook heel goed en verfrissend kan werken.
Hoe benader je interpretatie van een klassiek stuk ten opzichte van je eigen composities?
Het is voor mij eigenlijk heel erg makkelijk om mijn eigen muziek te spelen. In verhouding tot het instuderen van stukken van andere componisten heb ik vaak maar een paar uurtjes nodig om tot een bevredigend resultaat te komen met mijn eigen stukken. Echt veel technische studie is daar dan ook niet bij nodig. Het klassieke repertoire kost (voor mij althans) veel meer tijd, moeite en focus om naar behoren uit te voeren.
Op de een of andere manier blijven mijn eigen stukken ook veel beter in mijn geheugen zitten. Ik heb veel stukken “geschreven” die ik nooit in noten heb opgeschreven, maar die ik soms over jaren tijd wel kan onthouden. Ik wou dat hetzelfde ook waar was voor het andere repertoire dat ik moet instuderen...
Als uitvoerder is het hebben van die zekerheid af en toe heel erg fijn in concerten, maar het zorgt er ook voor dat er soms iets té weinig spanning is wanneer ik mijn eigen stukken speel; het is dan eigenlijk veel leuker als iemand anders mijn stuk uitvoert.
Zijn er componisten die je altijd terug blijven inspireren?
Zeker! Om te beginnen natuurlijk Chopin. Hij is de componist die me het eerst naar het klassieke repertoire heeft geleid en heeft altijd een hoofdrol gehad in mijn programma’s. Zijn muziek bevat zo’n grote nuance in de harmonie en omvat zo’n grote variëteit aan emoties, texturen en karakters, dat het nooit saai wordt om te studeren of naar te luisteren.
Daarnaast heb ik ook een grote voorliefde voor Ravel. De absolute verfijning in zijn composities is bijna onmenselijk en vraagt daarmee ook altijd het uiterste van de uitvoerende. Mede daardoor vind ik het misschien ook zo leuk en uitdagend om zijn muziek te spelen en te proberen te vertolken.
Hoeveel verbeelding versus techniek gebruik je bij muziekinterpretatie?
Het saaie antwoord is dat dat heel erg afhangt van welke muziek. Ik vind vaak dat stukken die een hele verfijnde techniek vereisen, voornamelijk veel baat hebben bij een goed overzicht van de uitvoerende. Andere muziek, denk bijvoorbeeld aan de muziek van Satie, is juist eigenlijk vrijwel uitsluitend verbeelding en interpretatie. Beide hebben hun moeilijkheden en het is altijd belangrijk om je techniek als pianist op een hoog niveau te houden. Toch voel ik me bij het maken van programma’s en repertoirekeuze vaak meer aangetrokken tot muziek die veel van de verbeelding vraagt. Ik denk dat dat ook doorwerkt in mijn eigen composities, die vaak heel vrij geschreven zijn, met veel vrijheid voor de uitvoerende(n).
Vragen over componeren
Hoe ziet jouw creatieve proces eruit als je een nieuw stuk schrijft?
Ook dit is iets wat heel erg verschilt van stuk tot stuk. Ik vind componeren heel erg leuk, maar heb nooit formeel compositieonderwijs gevolgd en stel mezelf ook bijna nooit deadlines, aangezien ik meestal werken voor solopiano schrijf, die ik dan later kan opnemen in mijn eigen concertprogramma’s.
Je zou dus kunnen stellen dat ik misschien wel een hobbyist ben. Toch is compositie voor mij soms een belangrijke creatieve uitvlucht in het leven van alleen maar studeren en nog meer studeren. Er zijn periodes waarin ik in een week (of twee) een heel stuk kan hebben geschreven. Vaak ben ik dan ook zo obsessief met een stuk bezig dat ik niet verder kan gaan met serieus oefenen totdat het stuk af is (vaak helpt het wel als andere mensen ook afhankelijk zijn van het tijdig afronden van een stuk).
Het gebeurt ook vaak dat ik op een bepaald punt eerst voor weken of maanden vast kom te zitten, voordat ik verder kan en weer een mooie link vind naar wat volgt. Vaak gaat dan ook heel veel werk de prullenbak in en schaaf ik veel aan de uiteindelijke structuur van een werk.
Waar haal je je inspiratie vandaan voor nieuwe werken?
Soms gewoonweg uit de stukken die ik op dat moment speel. Ik denk ook dat de stijl van bepaalde componisten zich heel erg doorwerkt in mijn stukken en ben ook van mening dat je als componist die invloeden vooral moet omarmen. We zijn uiteindelijk toch allemaal geïnspireerd door onze muzikale helden. Ikzelf hoor bijvoorbeeld veel van de muziek van Szymanowski of Rachmaninov in mijn werk.
Ook haal ik veel inspiratie uit improvisatie, of uit een bepaald akkoord of loopje dat gewoonweg heel erg lekker voelt om te spelen. Soms gebeurt het ook dat het spelen van een foute noot tijdens het oefenen de aanleiding geeft tot een nieuw idee; dan gaat de verdere planning van mijn oefendag ook regelmatig meteen van de baan.
Is er een stuk dat je hebt geschreven dat je als je ‘beste werk’ beschouwt? Waarom?
Ik was heel blij met het stuk “Voor een dag van morgen” dat ik in 2025 schreef. Het is mijn grootste experiment met vorm en architectuur en tegelijkertijd is het toch een best compact stuk geworden, zo rond de tien minuten. Opgebouwd als een spiegel begint en eindigt het stuk met een klein koraal; daartussen gesandwicht is een thema en variaties op een dubbel thema, met in het hart een passage die gebaseerd is op het bekende gedicht van Hans Andreus, tevens de titel van het stuk. Dat klinkt vrij complex, maar ik denk dat ik vooral heel blij ben met de kracht van de thema’s. Zeker de melodie die het gedicht begeleidt, vind ik een van mijn sterkste passages.
Ik ben nu hard aan het werk om bij dit stuk een goede partituur te maken en het dan ook op te nemen. Ik herinner me ook heel goed de première in juni vorig jaar. Voordat ik het speelde, droeg ik het gedicht van Hans Andreus voor en het was heel bijzonder om te zien dat een aantal mensen in het publiek het gedicht meezong of meefluisterde; dat gaf een ongelooflijk gevoel van kracht en steun.
Hoe combineer je spelervaring met compositievaardigheden?
Eigenlijk ben ik maar een amateur wat compositie betreft. Doordat ik nooit les heb gehad, heb ik ook nooit de beste of “juiste” methodes geleerd om een stuk uit te werken, mochten die er überhaupt zijn. Dat betekent dat ik naar verhouding juist heel veel spelervaring gebruik in het proces van componeren. Ik componeer uitsluitend achter het instrument en begin pas met opschrijven wanneer het hele stuk af is — als ik niet zo lui ben dat ik het helemaal niet opschrijf. Meestal ontstaat een compositie dus spelenderwijs en gebruik ik meer intuïtie dan theorie.
Vragen over samenwerkingen
Welke samenwerking (met orkest, andere musici of zangers) vond je tot nu toe het meest bijzonder?
Oei, wat een moeilijke keuze! Als ik dan toch moet kiezen, denk ik dat de projecten die ik met het DoelenEnsemble heb mogen doen echt een gigantische invloed op me hebben gehad. Ik denk dat het ensemble me echt in de wereld van de moderne muziek heeft getrokken en ik heb daar geleerd dat er op creatief vlak zoveel meer mogelijk is in de muzikale programmering, enscenering en het aangaan van ongebruikelijke, maar toch heel toepasselijke en interessante cross-over-samenwerkingen. Het is lastig uit te leggen zonder het gezien te hebben; ik kan dus vooral iedereen aanraden om eens naar een concert te gaan kijken!
Ook ben ik heel dankbaar voor de geduldigheid en openheid waarmee Maarten van Veen me in de projecten heeft begeleid. Mede door hem heerst er in de repetities altijd zo’n fijne sfeer, waarin ik me heel vrij heb gevoeld om mijn persoonlijkheid in de muziek te kunnen leggen. Ik heb door het ensemble zoveel geleerd en met zoveel prachtige, kleurrijke mensen samen kunnen werken. Die ervaringen draag ik voor altijd heel dicht bij me.
Hoe bereid je je voor op muzikale samenwerkingen met andere artiesten?
Ik denk niet dat ik heel veel onderzoeksachtig voorwerk doe als ik samenwerk met een andere artiest. Meestal werk ik ook samen met vrienden of mensen die ik goed ken (of andersom: word ik vrienden met de artiesten met wie ik samenwerk). Eerst is het vooral van belang dat je eigen deel in orde is en dat je zelf goed voorbereid bent; dan zie je in de repetitie wel hoe dat bij de voorbereiding van de ander past. Voor mij is het hele idee van een repetitie dat dit de plek is waar je ideeën probeert samen te brengen om tot een gezamenlijke uitvoering te komen.
Zijn er artiesten met wie je nog graag zou willen optreden of samenwerken?
Dat is nu een vraag waar ik zelf ook veel mee bezig ben. Vanaf september zou ik klaar moeten zijn met de studie en dan gaat het er ineens echt om. Dan heb ik ook eindelijk de ruimte en vrijheid om alle projecten na te jagen die ik in gedachten heb.
Graag zou ik nog heel veel meer concerten geven als deel van het DoelenEnsemble — waarschijnlijk niet heel verrassend. Daarnaast denk ik dat ik heel erg blij ben met mijn vrienden en zou ik graag met hen willen (blijven) samenwerken. Momenteel speel ik in een duo met klarinettiste Madara Eleonora Mežale (samen met violist Karl Jõgi geven we in april en mei een reeks concerten in Nederland) en daarmee hoop ik de komende tijd veel concerten te geven. Ook ben ik superblij dat ik in juni weer met Alejandro Cantalapiedra en het Rijnmond Symfonie Orkest een aantal concerten mag geven met de Paganini-rapsodie van Rachmaninov. Dan ga ik nog voorbij aan heel veel andere fantastische samenwerkingen die ik op dit moment heb en waarmee ik graag door zou willen gaan, maar dan zou het wel een erg lange lijst worden. Eigenlijk heb ik dus niets meer te wensen en ben ik op dit vlak al een zeer, zeer tevreden mens.
Vragen over visie & toekomst
Hoe zie je de toekomst van klassieke muziek en jouw rol daarin?
Er gebeuren tegenwoordig heel veel mooie dingen in de klassieke muziek; tegelijkertijd is er ook heel veel waarvan ik denk dat het anders kan of moet. Neem bijvoorbeeld alle vreselijke regels en conventies op het gebied van etiquette, programmering of presentatie. Om maar gelijk een van de meest hardnekkige te noemen: het verbod op klappen tussen de delen van een stuk. Deze “regel” alleen al dempt het enthousiasme flink bij mensen die er niet aan gewend zijn. Zelfs voor een klassieke muziek-“nerd” als ik zorgt het af en toe voor een soort rare spanning. En waarvoor? Soms heb je na een zinderend einde gewoon even een moment van ontlading nodig; dat komt de muzikale lijn vaak ook nog eens ten goede. Daarnaast vind ik het de taak van de uitvoerende om zo te spelen dat er geen ongemakkelijke stiltes ontstaan. Ik hoop dan ook dat iedereen die naar mijn concert komt, zich vrij voelt om te klappen wanneer hij of zij daartoe de noodzaak voelt — ik neem graag een extra buiging.
Ik denk zeker dat klassieke muziek haar relevantie zal behouden, maar ik hoop en denk juist dat in het bijzonder het aandeel nieuwe muziek kan groeien, mensen kan verbinden en nieuw publiek kan aanspreken (ik ben heel erg onder de indruk van de grote diversiteit aan fantastische componisten en uitvoerders in Nederland). Toegepaste technieken op het gebied van videokunst (om nog niet over de filmmuziek te spreken) en het gebruik van elektronische en digitale middelen hebben de potentie om tot genreoverstijgende spektakelstukken te leiden (niet dat die op dit moment niet al gemaakt worden). Juist voor dat soort cross-overprojecten interesseer ik me op dit moment al heel erg en ik zie in de toekomst een grotere rol voor verrassende samenwerkingen. Het voordeel van de moderne tijd is dat we als artiesten nog nooit zo veel mogelijkheden en gereedschappen hebben gehad om een verbluffende presentatie te maken, dat we nog nooit zo veel diversiteit hebben gehad in verschillende technieken en dat we ons werk ook nog eens steeds vaker zelfstandig kunnen publiceren.
Kortom, ik denk dat dat mogelijkheden biedt tot steeds meer interessante samenwerkingen en projecten, die hopelijk makkelijk toegankelijk zijn en sneller gevonden worden door het publiek, en waarbij het label “klassiek” hopelijk ook snel overbodig wordt (en om eerlijk te zijn is dat het eigenlijk vaak ook al). Ik voel in ieder geval dat het weer aan het bubbelen is in de kunstmuziek en dat er heel veel mensen, net als ik, klaar voor zijn om de geaccepteerde gewoontes uit te dagen en af en toe ook een beetje te provoceren.
Wat zijn je muzikale doelen voor de komende vijf jaar?
Normaal bekijk ik het dag voor dag, maar ik zal een poging wagen. Ik zou heel graag doorgaan met het verder ontwikkelen van het project waar ik nu voor mijn master mee bezig ben (in Oslo doet men een masterproject in plaats van onderzoek), waarvoor ik live-uitvoering van piano probeer te combineren met video en animatie, waarbij ik ook zelf een groot deel van de animatie maak. In het project wordt dat gecombineerd met het uitdenken van een strategie om de programmering van een concert zo vloeiend en verhalend mogelijk te maken, zodat ook de presentatie en volgorde van het programma bijdragen aan de ervaring van de stukken. Klinkt misschien erg cliché of gemakkelijk, maar ik ben van mening dat in de klassieke muziek te vaak wordt gekozen voor een formuleachtige of conventionele programmavolgorde (denk aan de bekende ouverture-concert-symfonie-drietrap in de grote concertgebouwen) en ik hoop daar de komende jaren dus een kleine verandering in teweeg te kunnen brengen.
Het lijkt me ook ontzettend leuk om door te gaan met mijn experimenten met beeldende kunst. In dat kader zou ik ook graag muziek schrijven voor film of theater; mijn eigen muziek in een mooie film horen zou een heel groot cadeau zijn.
(Daarnaast zou ergens in de komende vijf jaar een recital in het Concertgebouw spelen ook welkom zijn ;).)
Hoe hoop je dat jouw muziek bij het publiek resoneert of bijdraagt aan hun ervaring?
Ik denk dat mijn generatie veel stress ervaart. Zeker het ontvangen van constante informatie via de telefoon, via sociale media of nieuwskanalen zorgt er ook bij mij voor dat ik vaak word overweldigd door de stortvloed. Niet alleen jonge mensen hebben het zwaar natuurlijk, maar ik maak me veel zorgen over de mentale gezondheid van mijn leeftijdsgenoten, die er volgens de laatste berichtgeving niet al te best voorstaat. Ik zou graag willen dat mijn concerten een moment van rust kunnen bieden: een moment zonder telefoon, zonder beschikbaar te hoeven zijn, waar iedereen gezamenlijk van het moment kan genieten. Een soort groepsmeditatie, zou je haast kunnen zeggen.
Daarnaast zou ik met mijn muziek heel graag bijdragen aan een gevoel van gemeenschap. Ik vind het belangrijk dat de mensen voor wie ik speel zich gezien voelen en ik hoop dat ik een ruimte kan creëren die mensen toestaat zich te openen voor de muziek en voor elkaar. Wellicht is dat een iets te vaag of spiritueel verhaal, maar juist dat stukje spiritualiteit is iets waarvan ik voel dat het mensen veel troost en rust kan bieden bij het leven in onze moderne tijd — en ook iets waarvan ik denk dat het heel makkelijk in muziek te vinden is.
Nawoord
Namens PianoVrienden willen wij Damiën bedanken voor zijn oprechte en persoonlijke bijdrage aan dit gesprek. Zijn bevlogenheid en vernieuwingsdrang laten zien hoe levendig en toekomstgericht de klassieke muziek kan zijn. Wij kijken met vertrouwen en enthousiasme uit naar zijn verdere muzikale reis en de projecten die nog zullen volgen. Moge dit interview een uitnodiging zijn om zijn concerten te bezoeken, zijn muziek te ontdekken en samen de kracht van live-muziek te blijven vieren.
Redactie e-mailadres:
info@pianovrienden.nl
Pianovrienden | 2026