Frank van de Laar. Van eerste noot tot levenslange toewijding
Voorwoord PianoVrienden
Namens PianoVrienden presenteren wij met trots dit interview met Frank. In openhartige antwoorden neemt hij ons mee van zijn eerste, onwaarschijnlijke pianowens tot het podium van grote zalen en de intensiteit van lesgeven. We krijgen een zeldzaam kijkje achter de schermen: twijfels, discipline, inspiratie en idealen. Een leerzaam portret van een musicus die muziek ademt én doorgeeft.
Achtergrond en Opleiding
Wat inspireerde je om op tienjarige leeftijd met pianospelen te beginnen?
Toen ik op tienjarige leeftijd aan mijn ouders vertelde dat ik wilde beginnen met pianospelen, was dat niet iets heel vanzelfsprekends. Ik kom niet uit een muzikaal nest; mijn ouders hebben geen muzikale achtergrond. De reden dat ik wilde gaan spelen was eigenlijk heel simpel: een klasgenootje met wie ik veel optrok, zat ook op pianoles. Ik heb eerst een jaar lang moeten zeuren voordat mijn ouders uiteindelijk overstag gingen en ik op les mocht. Tegelijkertijd begon mijn oudste zus met vioolles, en op die manier raakte ik al vroeg vertrouwd met samenspelen. De eerste paar jaar zag het er eerlijk gezegd niet bijzonder veelbelovend uit. Ik ging braaf naar pianoles en maakte wel vorderingen, maar het lag niet voor de hand dat ik hier ooit mijn beroep van zou maken. Dat veranderde toen ik op dertienjarige leeftijd, op aanraden van mijn docent, een concert bijwoonde met uitsluitend muziek van Schubert. Het was het Schubert-jaar 1978 en er werden strijkkwartetten uitgevoerd door het fameuze Orlando Kwartet. Ik was zó diep onder de indruk dat ik vanaf dat moment besloot mij zoveel mogelijk aan de muziek te wijden. Ik haalde partituren uit de bibliotheek, probeerde alles aan de piano door te spelen — zelfs orkestpartituren — en nam alles wat los en vast zat van de radio op, op cassettebandjes. Deze enorme collectie bezit ik nog steeds. Echt fanatiek aan pianotechniek studeren deed ik toen nog niet; ik was vooral bezig om mij met zoveel mogelijk muziek vertrouwd te maken.
“Ik was zó diep onder de indruk dat ik vanaf dat moment besloot mij zoveel mogelijk aan de muziek te wijden.”
Hoe heeft je opleiding bij Jan Wijn aan het Sweelinck Conservatorium je muzikale fundament gelegd?
Op mijn vijftiende kreeg ik privéles van Jan Wijn. Vanaf dat moment ging ik ook werkelijk veel aandacht besteden aan de pianostudie zelf. Na twee jaar privéles en een jaar vooropleiding ben ik bij hem verder gaan studeren als hoofdvakstudent aan het toenmalige Sweelinck Conservatorium. Bij Jan Wijn heb ik in feite de hele muzikale grammatica geleerd, en vooral hoe je deze taal op de piano kunt realiseren. Alle basisvaardigheden op het gebied van frasering, structuur, polyfonie, klankvorming en natuurlijk het volledige technische pakket heb ik van hem geleerd. Zijn lessen zijn van blijvende invloed geweest. Hij heeft een breed en stevig fundament gelegd voor mijn vorming als musicus.
Welke invloed hadden Karl-Heinz Kämmerling en Naum Grubert op je ontwikkeling als pianist?
Na het behalen van mijn eindexamen ben ik verder gaan studeren in Hannover bij Karl Heinz Kämmerling. Tegelijkertijd kreeg ik de mogelijkheid om ook in Amsterdam verder te studeren aan het Sweelinck Conservatorium bij Naum Grubert. Dat was op zich een grote uitdaging, omdat het niet altijd eenvoudig is les te krijgen van twee docenten die in zekere zin zo verschillend zijn, maar elkaar tegelijkertijd fantastisch aanvullen. In Hannover leerde ik om alle elementen die ik had opgedaan in een zeer stevige vorm te gieten — als het ware om mijn muzikale spel een solide ruggengraat te geven. De pianoklas daar was van een ongelooflijk hoog niveau en het was uiterst inspirerend om mij in zo’n omgeving verder te ontwikkelen. Grubert leerde mij vooral om heel goed naar mezelf te luisteren en aandacht te besteden aan elk detail: een volledige toewijding aan elke noot. Dit resulteerde in een zeer precies besef van wat er allemaal in de muziek staat en wat er mogelijk is. Daarmee samenhangend groeit ook het besef hoe moeilijk het is om al deze uitdagingen te realiseren — en eigenlijk hoe schier onmogelijk, gezien de onuitputtelijke rijkdom en gelaagdheid van muziek.
Hoe kijk je terug op je afstuderen met de hoogste onderscheiding in 1989?
Ik herinner mij mijn eindexamen in 1989, dat toen nog uit twee concerten bestond, nog heel goed. Het was een mooie afsluiting van een zeer intensieve leerperiode. Tegelijkertijd was het niet het enige of grootste doel. Ik verkeerde in de gelukkige omstandigheid dat ik zeer regelmatig concerten kon geven, in allerlei verbanden: zowel recitals als kamermuziek — met het Trio Dante had ik inmiddels een bloeiende concertpraktijk opgebouwd, waarbij we door het hele land toerden en ook vele Europese landen bezochten — alsook optredens met orkest. Uiteindelijk zijn deze concerten van groter belang dan zo’n eenmalig eindexamen, want het gaat erom hoe je je in de grote buitenwereld presenteert.
Wat waren de belangrijkste lessen die je hebt meegenomen uit je tijd in Hannover en Amsterdam?
De belangrijkste les die ik in deze studieperiode in Amsterdam en Hannover heb geleerd, is dat je een zelfstandig denkende, voelende, analyserende en handelende musicus moet zijn. Je moet kunnen vertrouwen op je eigen intuïtie én op een sterk ontwikkeld kritisch vermogen. Met alle kennis die je hebt opgedaan moet je toewerken naar een nieuwe, authentieke en originele muzikale persoonlijkheid. Je creëert je eigen regels en wetten, geïnspireerd door alles wat je is aangereikt, maar omgesmolten tot een nieuwe entiteit met een sterk eigen karakter. Alleen op deze manier kun je de muziek werkelijk dienen. Het zou vreselijk jammer zijn als musici zouden verworden tot identieke clones.
“De belangrijkste les die ik in deze studieperiode in Amsterdam en Hannover heb geleerd, is dat je een zelfstandig denkende, voelende, analyserende en handelende musicus moet zijn.”
Carrière en Prestaties
Wat betekende het voor je om in 1988 te debuteren in de Grote Zaal van het Concertgebouw?
Het was een fantastisch gevoel om in 1988 te mogen debuteren in de Grote Zaal van het Concertgebouw. Deze plek heeft iets magisch, iets unieks. Het uitvoeren van mijn lievelingspianoconcert — het Eerste pianoconcert van Brahms — maakte dit moment tot een droom die werkelijkheid werd.
Hoe heeft je deelname aan internationale concoursen, zoals het Brahms Concours en het Postbank-Sweelinckconcours, je carrière beïnvloed?
Het pianoconcours als instituut is natuurlijk altijd discutabel. Hoe kun je de ene muzikale persoonlijkheid met de andere vergelijken? Het blijft uiterst moeilijk om objectieve criteria te hanteren. Een van de simpelste is het tellen van foute noten, maar dat zegt niets over artistieke zeggingskracht. Toch is het belangrijk om een concours te gebruiken als platform om je te presenteren, zodat mensen je spel horen — niet alleen de jury. Bovendien is de voorbereiding op een concours een belangrijke leerschool. Je weet dat je het uiterste uit jezelf moet halen en je zo ideaal en perfect mogelijk moet voorbereiden en presenteren. Daarnaast moet je voor een concours vaak een zeer uitgebreid repertoire instuderen, wat op zichzelf al uiterst zinvol is. Het paraat hebben van een grote hoeveelheid muziek is van grote waarde. Voor mij persoonlijk heeft het behalen van goede resultaten op concoursen ertoe geleid dat ik zichtbaar werd binnen het muzikale landschap en daardoor uitnodigingen kreeg om concerten te geven.
“Uiteindelijk gaat het niet om de prijs zelf, maar om de mogelijkheid om te kunnen spelen.”
Welke landen en podia hebben de meest blijvende indruk op je gemaakt tijdens je optredens?
Het is moeilijk om te bepalen welke landen en podia de meeste indruk hebben gemaakt. Vooral de grote verscheidenheid is indrukwekkend. Steeds opnieuw is het een uitdaging om in een nieuwe, soms complexe situatie tot een zo mooi mogelijk resultaat te komen en contact te maken met een publiek dat in elk land en in elke zaal anders reageert. Er zijn natuurlijk bijzondere concerten geweest op iconische locaties, zoals de Wigmore Hall in Londen, de Salle Pleyel in Parijs en de Grote Zaal van het Moskouse Conservatorium. Dat zijn momenten waarop je voelt dat je deel uitmaakt van een grote en rijke traditie. Daarnaast zijn er unieke ervaringen, zoals een concert in New Delhi voor een zaal vol prachtig geklede Indiërs, of een openluchtconcert op Sicilië in een oud amfitheater met een weergaloos uitzicht over zee. En dan zijn er de hilarische situaties waarin een concert totaal anders verloopt dan verwacht: toetsen die vast blijken te zitten, snaren die zo geoxideerd zijn dat ze een rammelend geluid maken, of — nog erger — helemaal geen instrument, omdat men ervan uitging dat ik mijn eigen piano wel zou meebrengen. Ook de reacties van het publiek kunnen even wennen zijn. In Nederland zijn we gewend dat mensen gaan staan bij een geslaagd concert. In andere landen blijven ze zitten, waardoor je in eerste instantie denkt dat het niet is aangekomen, totdat het applaus overgaat in een eindeloos, ritmisch klappen dat maar niet lijkt te stoppen. Uiteindelijk is het juist die diversiteit die het meest inspireert: telkens een nieuwe locatie, een andere reis ernaartoe, een andere zaal, licht, akoestiek en een nieuw publiek waarmee je zo oprecht mogelijk probeert te communiceren en je muzikale idealen over te dragen.
Heb je een specifiek concert dat je als hoogtepunt in je carrière beschouwt?
Ik geloof niet dat ik één bepaald concert kan aanwijzen als hét hoogtepunt van mijn carrière. Ieder concert is bijzonder en uniek op zijn eigen manier. Een optreden in een klein, mooi kerkje ergens op het platteland kan net zo indrukwekkend zijn en evenveel voldoening geven als een recital in de Kleine Zaal van het Concertgebouw.
Hoe kies je de werken die je uitvoert en opneemt, en wat trekt je aan in zowel klassieke als hedendaagse muziek?
Over het algemeen probeer ik die stukken te kiezen om uit te voeren of op te nemen die mij op dat moment het meest na aan het hart liggen. Dat kan sterk verschillen per periode. Natuurlijk zijn er vaste favorieten, zoals Schubert, Brahms en het laatromantische repertoire met componisten als Szymanowski en Enescu, voor wie ik een blijvende bewondering koester. Tegelijkertijd moet een programma ook aansluiten bij de wensen van een organisator. Regelmatig wordt er om specifiek repertoire gevraagd of moet de keuze worden aangepast aan het publiek. Dat kan juist zeer verrijkend zijn. Soms gaat het om onbekende werken of stukken waar je zelf niet direct aan zou denken, en juist dat maakt het waardevol. Wat mij in het klassieke repertoire zo aantrekt, is de grote eeuwigheidswaarde. Er bestaat een enorme uitvoeringstraditie, maar tegelijkertijd is het muzikale spectrum zó breed dat er altijd iets nieuws te ontdekken valt en je steeds opnieuw je eigen plaats daarin kunt bepalen. Hedendaagse muziek speel ik ook bijzonder graag, hoewel dit vaak zeer arbeidsintensief is. Juist het gebrek aan traditie — omdat het repertoire vaak nog ‘vers van de pers’ is — maakt het tot een avontuurlijke uitdaging. Je kunt als het ware zelf een nieuwe standaard zetten en bovendien is er vaak direct contact mogelijk met de componist over de interpretatie.
Repertoire en Opnames
Je hebt meer dan 25 cd’s opgenomen. Welke opname is je persoonlijke favoriet en waarom?
In de loop der jaren heb ik een groot aantal cd’s mogen opnemen — inmiddels zijn het er meer dan vijfentwintig. Ook nu nog vind ik het ontzettend moeilijk om een favoriet aan te wijzen. Enerzijds omdat ik bij het terugluisteren vaak het gevoel heb dat het beter had gekund; vrijwel altijd blijf ik met de gedachte zitten dat het resultaat verre van ideaal is. Aan de andere kant heeft elke opname iets unieks en bijzonders. Ze zijn moeilijk met elkaar te vergelijken, omdat het repertoire sterk uiteenloopt: solo-opnames, kamermuziek, standaardrepertoire en projecten met een zeer specifieke of ongebruikelijke programmering. Juist die grote verscheidenheid ervaar ik als een enorme rijkdom. Het biedt de mogelijkheid om muziek in al haar verschillende facetten vast te leggen. Tegelijkertijd voelt een opname voor mij altijd enigszins in strijd met de ware aard van muziek. Een uitvoering is in wezen eenmalig; muziek is bedoeld om op een bepaald moment op een bepaalde manier te klinken. Een volgende uitvoering kan erop lijken, maar zou nooit identiek mogen zijn.
Hoe benader je de interpretatie van muziek van uiteenlopende componisten, van Bach tot hedendaagse meesters?
Door mij zo goed mogelijk in te leven in de componist en in de specifieke compositie die ik uitvoer, probeer ik te komen tot een interpretatie die voor mijn gevoel zo waardevol mogelijk is. Natuurlijk helpt het als je kunt putten uit ervaring met andere werken van dezelfde componist of uit dezelfde periode. Toch heeft elk stuk zijn eigen karakter, kleur en logica, en het is de bedoeling om daar vorm aan te geven. Soms is dat een lang en intens proces dat veel tijd vraagt voordat alles samenvalt. In andere gevallen gaat het sneller en lijken de puzzelstukjes als vanzelf in elkaar te passen.
Wat is volgens jou de sleutel tot een succesvolle opname?
Wat mij betreft zijn er enkele belangrijke sleutels tot het maken van een geslaagde opname. Allereerst moet de voorbereiding optimaal zijn. Je moet alles tot in het kleinste detail hebben uitgewerkt en een uiterst helder beeld hebben van de interpretatie die je nastreeft. Ook technisch moet alles volledig uitgebalanceerd zijn. Het idee dat een opname altijd opnieuw kan worden gedaan als er iets misgaat, is misleidend. Juist omdat je weet dat het ‘perfect’ moet zijn, komen eventuele onvolkomenheden in de voorbereiding extra scherp aan het licht. Die laten zich vaak niet repareren door eindeloos herhalen tijdens de opname. Integendeel: er kan een vorm van obsessie ontstaan die een echte verbetering juist in de weg staat. Daarnaast is het van groot belang om tijdens de opname zo open, creatief en avontuurlijk mogelijk met de muziek om te gaan. Je moet durven risico’s te nemen. Ook zijn lange takes essentieel, zodat de muziek kan ademen en niet wordt gereduceerd tot korte, aan elkaar geplakte fragmenten.
“Alleen op deze manier kun je de muziek werkelijk dienen.”
“Alleen op deze manier kun je de muziek werkelijk dienen.”
Hoe balanceer je technische perfectie met emotionele diepgang in je spel?
De balans tussen technische perfectie en emotionele diepgang is altijd uiterst precair. Mijn ervaring is dat emotionele zeggingskracht vooral tot zijn recht komt wanneer het technische aspect volledig wordt beheerst. Alleen dan ontstaat er voldoende ruimte om de muziek echt te laten spreken. Dat betekent niet dat er geen fouten gemaakt mogen worden. Fouten kunnen juist het gevolg zijn van risico’s nemen of van kleine ongelukjes. Het probleem ontstaat wanneer een uitvoering uitsluitend gericht is op het vermijden van fouten; dan wordt de muziek vaak statisch en voorspelbaar.
Welke rol speelt kamermuziek in je muzikale leven, en hoe verschilt dit van solowerk?
Kamermuziek speelt een zeer grote rol in mijn muzikale leven. Veel van mijn concerten vinden plaats in kamermuziekverband. Zoals eerder gezegd ben ik van jongs af aan gewend om samen te spelen, en dat is iets wat ik altijd als bijzonder verrijkend heb ervaren. Het is inspirerend om muzikale ideeën te delen, te spiegelen en samen te verdiepen. Daarnaast is er een ongelooflijke hoeveelheid kamermuziek geschreven waarin de piano een centrale rol speelt — durf ik zelfs te stellen: meer muziek van het allerhoogste niveau dan voor pianosolo. Voor mij bestaat er uiteindelijk geen wezenlijk verschil tussen solo- en kamermuziekspel. De voorbereiding is in essentie hetzelfde en ik benader kamermuziek met dezelfde ernst en toewijding als een solorecital. Het enige verschil is dat een solorecital volledig uit het hoofd wordt gespeeld, wat vaak extra voorbereidingstijd vergt.
Docentschap en Educatie
Wat motiveerde je om docent te worden aan het Conservatorium van Amsterdam en ArtEZ?
Ik ben al vroeg begonnen met lesgeven. Aangezien mijn moeder onderwijzeres was, zit het lesgeven mij in zekere zin in het bloed. Al snel ontdekte ik dat het docentschap mij veel voldoening gaf en dat ik in staat was leerlingen daadwerkelijk verder te helpen. Daarom was het een logische stap om in 2001 docent te worden aan het ArtEZ Conservatorium en vanaf 2013 aan het Conservatorium van Amsterdam. Ik doe dit werk met ontzettend veel plezier. Mijn lespraktijk is zeer omvangrijk en zowel mijn klas in Zwolle als die in Amsterdam is goed gevuld. Daarnaast ben ik in Amsterdam coördinator van de piano-afdeling. Dat houdt onder meer in dat ik verantwoordelijk ben voor de invulling van masterclasses, projecten, kamermuziekactiviteiten, examens en aanverwante zaken. Hierdoor leer ik de studenten extra goed kennen en kan ik gerichter accenten leggen binnen de muzikale invulling van het curriculum.
Hoe begeleid je jonge pianotalenten in hun artistieke en technische ontwikkeling?
Iedere student vraagt om een specifieke aanpak en een persoonlijke benadering. Het is mijn streven om het potentieel van elke student zo volledig mogelijk te ontwikkelen. Dat betekent dat bij de één vooral technische of structurele aspecten extra aandacht nodig hebben, terwijl een ander juist meer baat heeft bij zelfstandigheid en ruimte. Uiteindelijk is het belangrijkste doel om jezelf als docent overbodig te maken: het moment waarop een student zelfstandig tot een overtuigend en persoonlijk resultaat kan komen. Lesgeven is daarbij veel meer dan het overbrengen van praktische instructies. Persoonlijke begeleiding is essentieel — weten wat er in een student omgaat, problemen herkennen en eventuele mentale blokkades opsporen en helpen opheffen. Ook begeleiding bij concoursen, opnames en concerten is onmisbaar. Dat betekent samen luisteren naar opnames, analyseren, werken aan een effectieve studeerstrategie en een realistische tijdsplanning. Dit alles vraagt om grote flexibiliteit, zowel praktisch als psychologisch. Het is onmogelijk om het te beperken tot een wekelijks lesuur; idealiter zie ik mezelf naast pianodocent ook als coach en mentor.
Welke kwaliteiten zoek je in studenten die je begeleidt?
De belangrijkste kwaliteit die ik zoek in een student is totale toewijding: motivatie, enthousiasme en een oprechte liefde voor muziek. Ik vind het essentieel dat iemand er volledig voor wil — en eigenlijk ook móét — gaan. Het beroep van pianist is uiterst onzeker en de arbeidsmarkt is klein en wordt alleen maar kleiner. Een conservatoriumopleiding zou je alleen moeten volgen als je werkelijk niet anders kunt, als je je geen leven zonder muziek kunt voorstellen. Alleen dan is de intensiteit en de offers die dit vak vraagt te rechtvaardigen.
Wat vind je de grootste uitdaging in het lesgeven op hoog niveau?
De grootste uitdaging bij het werken met zeer getalenteerde studenten is voor mij het werkelijk tot bloei laten komen van hun oorspronkelijke potentieel. Het is een voortdurende balans: nieuwe kennis en inzichten aanreiken zonder dat dit de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid belemmert. Het is essentieel dat een student in zichzelf blijft geloven, zichzelf blijft en zijn of haar eigen visie en karakter verder ontwikkelt — zonder vast te lopen en zonder iemand anders te kopiëren, of dat nu een docent is of een groot voorbeeld. Ik geloof sterk in de authenticiteit van het individu, en het is juist die authenticiteit die ik probeer te helpen ontplooien.
Hoe zorgen masterclasses, zoals tijdens het Stift Festival, voor een andere dynamiek dan reguliere lessen?
Masterclasses zijn zonder twijfel zeer leerzaam en inspirerend. Tijdens een masterclass probeer ik in korte tijd een zo helder mogelijke analyse van de student te maken en op basis daarvan een aantal adviezen te geven die richting kunnen bieden. In zekere zin probeer je in één les te bereiken wat normaal gesproken een proces van jaren is. Dat is natuurlijk onmogelijk, en daarom heeft een masterclass vaak het karakter van een introductie: een beknopte schets van wat iemand zou kunnen ontwikkelen en een mogelijke route die daarbij bewandeld kan worden.
Visie op Muziek en Pedagogiek
Hoe zie je de rol van klassieke muziek in de huidige samenleving?
Ik denk dat klassieke muziek een zeer belangrijke rol kan vervullen in de huidige samenleving. In een tijd waarin versnippering alomtegenwoordig is en de concentratieboog steeds korter lijkt te worden, vraagt klassieke muziek juist om aandacht, concentratie, toewijding en tijd. Precies dat zijn de kwaliteiten die vandaag de dag vaak ontbreken. In die zin kan klassieke muziek een krachtig tegenwicht en zelfs een remedie vormen tegen de ontwrichting van onze tijd.
Wat beschouw je als de grootste verandering in de pianowereld sinds het begin van je carrière?
De pianowereld is aanzienlijk veranderd sinds ik mijn eerste stappen daarin zette. Het algemene niveau is enorm gestegen, terwijl de afzetmarkt tegelijkertijd kleiner is geworden. Bovendien spelen tegenwoordig steeds vaker andere factoren een doorslaggevende rol dan puur vakmanschap en artistiek potentieel. Verkoopbaarheid, een aantrekkelijk imago en multidisciplinaire inzetbaarheid zijn steeds belangrijker geworden. Hoe handiger en strategischer je de markt bespeelt, hoe groter de kans op een succesvolle carrière. Het lijkt steeds minder te gaan om hoe je speelt en steeds meer om hoe je jezelf presenteert — om verpakking en marketing.
Welke adviezen geef je vaak aan jonge pianisten die aan het begin van hun carrière staan?
Ik probeer mijn studenten duidelijk te maken dat goed pianospelen alleen niet voldoende is om een duurzame carrière in de muziek op te bouwen. De eerder genoemde kwaliteiten — flexibiliteit, verkoopbaarheid, het kunnen omgaan met cross-overs en multidisciplinair denken — zijn tegenwoordig onmisbaar. Tegelijkertijd stimuleer ik hen om hierin hun eigen weg te vinden, zonder de intrinsieke waarden van de klassieke muziek en alles waar deze traditie voor staat te verloochenen. Juist die waarden vormen hopelijk ook hun fundament, dankzij de opleiding die zij hebben genoten.
Hoe blijf je zelf geïnspireerd en gemotiveerd in je muzikale reis?
Door een open houding aan te nemen en de confrontatie met de huidige muziekwereld niet uit de weg te gaan, maar deze juist te gebruiken om mijn eigen waarden scherper te definiëren, blijf ik gemotiveerd en geïnspireerd. Het werken met zoveel uitzonderlijk talentvolle jonge musici is daarbij op zichzelf al een bron van voortdurende inspiratie. Wat mijn eigen spel betreft: het blijft een groot voorrecht om, alleen en samen met collega’s, muziek te blijven ontdekken, herontdekken en op het podium tot leven te brengen. Dat is iets wat nooit verveelt en telkens nieuwe perspectieven opent.
Hoe belangrijk is improvisatie of persoonlijke interpretatie in klassieke muziek volgens jou?
Persoonlijke interpretatie is essentieel in het uitvoeren van klassieke muziek. Improviseren in de letterlijke zin van het woord maakt doorgaans geen deel uit van de uitvoeringspraktijk, met uitzondering van bijvoorbeeld een cadens in een klassiek pianoconcert. Toch raad ik iedereen aan om te experimenteren met improvisatie. Improviseren biedt een zeer natuurlijke toegang tot musiceren. Bovendien moeten we niet vergeten dat vrijwel alle grote componisten ook voortreffelijke improvisatoren waren — zelfs Beethoven, die zo ongekend precies en gestructureerd componeerde. Door te improviseren leer je ideeën en gedachten ordenen, selecteren, bundelen en uiteindelijk vormgeven.
Toekomst en Nieuwe Projecten
Zijn er specifieke componisten of werken die je nog graag zou willen uitvoeren of opnemen?
Er zijn ontzettend veel stukken die ik nog graag zou willen bestuderen, uitvoeren en opnemen. De lijst is eigenlijk veel te lang, en zelfs stukken die ik al eerder heb gespeeld of opgenomen, zou ik graag opnieuw en beter uitvoeren. Het probleem is bovendien dat deze verlanglijst van maand tot maand of zelfs van week tot week kan veranderen. Ik zou bijvoorbeeld graag minder bekende sonates van Scarlatti spelen, de Diabelli-variaties van Beethoven, of het complete werk van Enescu. En dat is slechts een kleine greep, en dan heb ik het nog alleen over solorepertoire!
Wat zijn je plannen voor de komende jaren, zowel als uitvoerend pianist als docent?
Voor de komende jaren heb ik geen bijzondere plannen, behalve doorgaan met waar ik het meest van houd. Als docent hoop ik nog lange tijd fantastische jonge mensen te mogen begeleiden. Als uitvoerder staan er de komende tijd opnieuw veel spannende concerten in binnen- en buitenland op het programma. Ik hoop dit nog vele jaren te kunnen volhouden, steeds met dezelfde energie en betrokkenheid.
Hoe zie je je rol in het bevorderen van klassieke muziek bij nieuwe generaties?
Door mijn enthousiasme, bevlogenheid en grote liefde voor muziek — en niet alleen pianomuziek — hoop ik jonge mensen te inspireren om zich met klassieke muziek bezig te houden. Niet alleen via een vakopleiding — waarbij ik hen waarschuw voor de zware en vaak onzekere weg die deze carrière kan betekenen — maar ook als onderdeel van persoonlijke ontwikkeling. Misschien wel het belangrijkste is dat ik hen laat zien hoe ontzaglijk mooi deze kunstvorm is. Natuurlijk probeer ik dit te bewerkstelligen in mijn lespraktijk, maar ook op het podium, vaak met toelichting bij het programma, zodat luisteraars een beter beeld krijgen van wat ze horen en makkelijker toegang hebben tot de muziek.
Zijn er samenwerkingen of projecten waar je momenteel aan werkt of naar uitkijkt?
Helaas zal de nieuwe generatie niet vanzelf via het schoolsysteem in aanraking komen met klassieke muziek. Dat is tegenwoordig praktisch onmogelijk. Het opleuken van klassieke muziek door het in een alternatief jasje te steken of bewerkingen aan te bieden die ‘aansprekend’ zouden moeten zijn, lijkt mij weinig effectief. Mensen die filmmuziek of pop willen horen, kunnen dat beter via die genres doen. Het enige wat ik kan doen, is klassieke muziek in haar volle waarde laten klinken en deze waarden zo overtuigend mogelijk overbrengen. Soms kunnen theatrale effecten, zoals een bijzondere entourage of speciale belichting, bijdragen aan een intensere beleving. Dat is fantastisch, zolang het de concentratie en aandacht voor de muziek zelf ondersteunt en niet vervangt.
“Mijn grootste hoop is dat ik door het uitdragen van mijn vurige liefde voor muziek deze kostbare, goddelijke vonk kan doorgeven en laten opgloeien in anderen.”
Wat hoop je dat je studenten en luisteraars meenemen uit je werk en muziek?
Ieder aankomend project — concert, opname of masterclass — is voor mij een belevenis op zich, een bron van intense voldoening. Zonder die beleving zou ik er niet aan beginnen. Mijn grootste hoop is dat ik door het uitdragen van mijn vurige liefde voor muziek deze kostbare, goddelijke vonk kan doorgeven en laten opgloeien in anderen, zoals de vonk die mij ooit op dertienjarige leeftijd trof tijdens dat Schubertconcert.
Nawoord PianoVrienden
Namens PianoVrienden danken wij Frank voor zijn openheid, precisie en warmte. Dit interview laat zien hoe muziek een levenshouding kan zijn: luisteren, zoeken, risico nemen en trouw blijven aan je eigen stem. Zijn ervaringen als uitvoerder en docent maken dit interview niet alleen inspirerend, maar ook praktisch leerzaam. We hopen dat lezers de vonk voelen en met hernieuwde aandacht gaan luisteren, spelen, ontdekken.
Redactie e-mailadres:
info@pianovrienden.nl
Pianovrienden | 2026