Pianist Martin oei

“Ik speel met hart en ziel – wil je iets overbrengen, dan moet je het zelf voelen.”

Voorwoord PianoVrienden


Voorwoord


Muziek is voor Martin Oei veel meer dan alleen techniek of optreden; het is een manier om verhalen, emoties en geschiedenis tot leven te brengen. In dit interview vertelt hij openhartig over zijn liefde voor historische piano’s, zijn inspiratiebronnen en zijn maatschappelijke betrokkenheid. Daarnaast geeft hij een persoonlijke kijk op zijn ontwikkeling als pianist, de invloed van zijn docenten en zijn dromen voor de toekomst van de cultuursector. Het gesprek laat niet alleen de musicus zien, maar ook de mens achter de vleugel: nieuwsgierig, gedreven en betrokken.

‍Hoe zou je jezelf omschrijven buiten de wereld van de klassieke muziek?

‍"Iemand die ervan houdt te wandelen, naar muziek te luisteren en te lezen – om maar een paar voorbeelden te noemen. Er is zoveel te ontdekken op het gebied van kunst, muziekgeschiedenis en geschiedenis in het algemeen. Ik heb ooit het advies gekregen: blijf vooral nieuwsgierig."

‍Je leven draait al sinds jonge leeftijd om muziek. Welke andere interesses of passies spelen daarnaast een belangrijke rol?

‍"Soms is het goed om afstand te nemen en iets totaal anders te doen, zoals Cubaanse salsa dansen of een lezing bijwonen over bijvoorbeeld de coöperatieve supermarkt hier in Amsterdam-Zuidoost, waar mensen zelf iets proberen op te zetten. Ik heb groot respect voor mensen die zich met hart en ziel inzetten voor iets waar ze echt in geloven."

‍Veel mensen kennen je als pianist, maar wie is Martin Oei wanneer je niet op het podium staat?

‍"Aan de ene kant ben ik nogal in mezelf gekeerd, maar ook actief bezig met repertoirestudie en voorbereidingen, bijvoorbeeld voor de Culemborgse Cultuurcoalitie. Het doel is om het heft in eigen handen te nemen en een culturele infrastructuur op te bouwen – ook financieel, omdat de tijden helaas onzeker zijn. Het is best een klus om aan de bak te blijven: er komt meer bij kijken dan alleen musiceren, zoals organisatie en promotie."

‍Je zet je actief in voor culturele initiatieven en benefietprojecten. Hoe belangrijk is maatschappelijke betrokkenheid voor jou persoonlijk?

‍"Heel belangrijk. Uiteindelijk moeten we het samen doen op deze planeet, en zorg voor elkaar is essentieel – veel mensen hebben moeite om het hoofd boven water te houden. Ik geloof dat we samen veel meer kunnen bereiken. Even terug naar de cultuursector: als we in elke gemeente een cultuurcoalitie opzetten met mensen die structureel willen doneren – bedrijven, particulieren, ondernemers, iedereen die cultuur een warm hart toedraagt – dan zou het culturele landschap in Nederland er veel mooier uitzien. Juist nu er overal bezuinigd wordt."

‍“Uiteindelijk moeten we het samen doen op deze planeet.”

‍Je begon pas op negenjarige leeftijd met pianospelen. Weet je nog wanneer je voelde: dit is wat ik wil doen?

‍"Toen Lulu Wang een keer bij ons op bezoek was bij mijn opa, die toen nog leefde. Zij zei meteen: 'Daar zit talent in, daar moet meer mee gebeuren.' Toen zijn we verder gaan zoeken. Ik weet nog dat ik na een halfjaar of een jaar Für Elise van Beethoven kon spelen. Ik heb in Tilburg gestudeerd bij de Russische pianodocente Jelena Bazova, en later in Utrecht bij Martijn van den Hoek en Henry Kelder."

‍Op je zestiende gaf je al een solorecital in het Concertgebouw. Hoe beleefde je dat moment als jonge pianist?

‍"De Kleine Zaal is een geweldige zaal om in te spelen, met een prachtige akoestiek. Dit was de eerste keer dat ik er een solorecital gaf – dat was bijzonder en onvergetelijk, niet in woorden te vatten."

‍Welke rol hebben je docenten gespeeld in jouw muzikale ontwikkeling?

‍"Jelena Bazova was mijn eerste echte pianodocente. Daarvoor had ik algemene muzikale vorming van Annar Nooteboom – bij haar is het plezier voor het pianospelen aangewakkerd.

‍Bij Jelena ontwikkelde ik de basis: hoe ik mijn handen moet houden (in de vorm van een appel), etudes, vingerwerk, toonladders. Ik heb tien jaar bij haar gestudeerd. Zij legde de Russische techniek: spelen met het gewicht van je armen om een mooie volle toon te produceren. Daar is mijn muzikale basis gelegd.
Bij Martijn van den Hoek studeerde ik veel verschillend repertoire. Hij koos soms stukken van bijvoorbeeld Bartók die ik nog niet kende – dat helpt om uit je comfortzone te komen. Martijn is heel rijk aan ideeën, creatief in het vinden van oplossingen voor vingerzettingen of kleuring van de toon. Hij hamerde ook op structuur en het bewaren van de grote lijnen.
Bij Henry Kelder lag de nadruk op klankvorming: een akkoord snel of langzaam aanslaan, met de vingers grijpen voor een scherpere klank – alle gradaties beheersen is het doel. Dat even in een notendop en laat ik gelijk eerlijk zeggen dat ik met deze korte beschrijvingen zeker niet geheel recht doe aan de rijkheid van alle docenten die me op vele vlakken volop hebben geïnspireerd en betrokken waren bij wat ik deed.
Daarnaast volgde ik klavichord als bijvak bij Siebe Henstra (oude muziek, compleet andere aanpak) en improvisatie in lichte muziek bij Bert van den Brink – ter ontspanning en om vrijer te musiceren."

‍Je won al op jonge leeftijd prijzen. Geeft dat vooral motivatie of ook extra druk?

‍"Allebei. De voorbereidingen geven extra druk, maar het resultaat geeft veel voldoening."

‍Je staat bekend om je fascinatie voor historische piano's. Waar begon die liefde?

‍"De eerste keer was tijdens een concert in de Agnietenkapel in Tiel, toen ik 9 of 10 was, toen speelde Bart van Oort op fortepiano en ik keek er zelf met grote ogen naar. Later volgde ik cursussen bij Marlies van Gent en Marjes Benoist met Riko Fukuda, waar ik op een Erard of Pleyel mocht spelen – heel bijzonder. Het echte keerpunt was mijn bezoek aan Maison Erard in 2013. Ik liep daar met mijn vader binnen, begon te spelen, en Frits Janmaat vertelde enthousiast over de instrumenten. Dat was meteen raak en sindsdien heb ik een goede band met Janmaat en geef ik regelmatig concerten op Erards en heb ik een aantal CD's op Erardvleugels opgenomen."

‍Wat hoor of voel jij op een historische piano dat je op een moderne vleugel minder ervaart?

‍"Je kunt je beter in de huid van de componist kruipen, omdat zij hun muziek vaak op zulke instrumenten speelden. Erards zijn parallel besnaard, wat zorgt voor registerkwaliteit – net als in een koor: bassen, tenoren, alten, sopranen. Je hoort duidelijk verschillende klankkleuren en een grotere transparantie. Daarnaast hebben Erards vaak meerdere lagen vilt op de hamerkop. Bij een krachtige aanslag raakt alle lagen de snaar, bij heel zacht spel alleen de buitenste laag. Dat geeft verschillende kleurverschillen."

‍In 2021 kreeg je een Erard-vleugel uit 1909 cadeau van Frits Janmaat. Wat betekende dat instrument voor jou?

‍"Een groot geschenk, waar ik hem nog altijd zeer dankbaar voor ben. Ik speel er dagelijks op en wil mijn passie voor de Erard blijven uitdragen."

‍Waarom vind je het belangrijk om de originele klankwereld van componisten dichterbij te brengen?

‍"Componisten componeerden hun muziek niet op een moderne Steinway of Bösendorfer, hoe goed die ook zijn. Ik vind het interessant om te ontdekken hoe hun muziek klonk op historische instrumenten, om de muziek recht te doen. Een voorbeeld: lange pedaalaanwijzingen worden op een moderne vleugel al snel een brij – 'een mayonaisepot', zoals sommigen zeggen. Op een historische vleugel klinken tonen korter uit, waardoor lange pedaalpassages wél helder kunnen blijven. Daarmee experimenteren en ontdekken blijft boeiend."

‍Welke componist komt volgens jou het best tot zijn recht op een historische piano?

‍"Een heleboel eigenlijk. Zo'n 80% van de romantische muziek past goed op een Erard of Pleyel – dus een groot deel van de 19e en ook 20e eeuw. Mozart en Haydn klinken prachtig op een Weense fortepiano uit hun tijd. En barokmuziek, zoals van Bach en zijn zonen, heel intiem op het klavichord."



‍Martin Oei – Fortepiano





‍Wat trekt je zo aan in het romantische repertoire?

‍"Die muziek spreekt direct tot het hart. Ik kan er mijn emoties in kwijt. Debussy en Ravel zijn op een andere manier fascinerend – dat zijn sfeertekeningen, heel schilderachtig en fraai."

‍Je concertprogramma's vertellen vaak een verhaal. Hoe ontstaan zulke concepten?

‍"Door veel te luisteren, zelf te proberen en op advies van derden."

‍Wat hoop je dat mensen voelen wanneer ze jouw concertzaal verlaten?

‍"Het allermooiste is als ze geraakt zijn – diep geraakt, het liefst. En als dat hen inspireert om vaker naar mijn concerten te komen."

‍“Het allermooiste is als mensen diep geraakt zijn.”

‍Hoe belangrijk is emotie voor jou tijdens een uitvoering?

‍"Ik speel met hart en ziel – wil je iets overbrengen, dan moet je het zelf voelen. Tegelijk is enige afstand belangrijk: je moet als musicus het overzicht kunnen houden over de techniek, timing en de structuur van de muziek."

‍Zijn er werken die je nog altijd spannend vindt om live te spelen?

‍"Die zullen er altijd blijven. De zevende sonate van Prokofjev speel ik op 20 september in het Concertgebouw – dat is spannend omdat ik die nog niet eerder voor publiek heb gespeeld. De drie delen van Petroesjka blijven ook spannend, ook al heb ik die jaren geleden al eens gespeeld."

‍Je maakte al op jonge leeftijd cd-opnames. Hoe anders is werken in een studio vergeleken met een liveconcert?

‍"Bij een studio-opname komt alles onder een vergrootglas: elke toon, elke nuance. Je probeert een zo perfect mogelijke uitvoering te realiseren, maar het blijft mensenwerk. Je moet oppassen dat je de muziek niet 'doodknipt' – de ziel moet erin blijven. Bij een liveoptreden gaat het om de ervaring en moet het in één keer goed zijn. Beiden hebben hun charme."

‍Welke opname of cd voelt voor jou het meest bijzonder?

‍"De cd 'Worlds of Liszt' op een Erard uit 1846 van Maison Erard heeft een bijzondere plek. Ik voelde me steeds meer thuis op het historische instrument, ook in de omgang met opnames."

‍Je ontwikkelde ook de voorstelling "Tom & Jerry in de Tuin der Lusten" rond Franz Liszt. Hoe kwam dat idee tot stand?

‍(Antwoord is goed, maar erg lang. Ik vat samen zonder verlies van essentie.)

‍"De directe aanleiding was de cartoon 'The Cat Concerto' – Tom speelt de Tweede Hongaarse Rapsodie van Liszt, maar Jerry wordt wakker en haalt streken uit. Dat leek me leuk om live te doen: ik speel, op een scherm is de cartoon te zien. Van daaruit ontstond het idee voor een heel programma met muziek en beeld, ook voor middelbare scholen om een nieuw publiek te bereiken. Zo ontstond 'Tom & Jerry in de Tuin der Lusten' over het leven van Liszt, met beeldmateriaal van jonge filmmakers."

‍Wat kan de klassieke muziekwereld doen om jong publiek meer aan te spreken?

‍"Het begint met muziekeducatie op de basisschool, op een ontspannen manier: bijvoorbeeld rustige klassieke muziek op de achtergrond tijdens een schrijfopdracht. Kunst- en muziekeducatie zijn essentieel – niet om iedereen muzikant te maken, maar omdat het een rijke dimensie toevoegt. Daarnaast moeten we jongeren zelf betrekken: beelden kunnen helpen, of iets interactiefs waarbij ze een stukje mogen meespelen of zingen.

‍Wat we ook zien, gelukkig, is dat er steeds meer kindervoorstellingen komen. Het Concertgebouw organiseert die regelmatig, met een verteller en veel interactie.
Onderzoek wijst trouwens uit: hoe beter de cultuureducatie op jonge leeftijd, hoe groter de kans dat mensen later concerten, musea en theaters bezoeken. Het legt letterlijk de kiem voor een leven lang cultuurbeleving.''

‍Sociale media spelen een grote rol. Hoe kijk jij daarnaar?

‍"Je hebt ermee te maken, of je het leuk vindt of niet. Sociale media zijn belangrijk voor zichtbaarheid en promotie. Maar ik zeg eerlijk: het is niet zo dat je er automatisch veel concertbezoekers door krijgt, tenzij je gerichte campagnes doet. Tips zijn welkom. Het is een wereld op zich, en we moeten de balans bewaken – ik ben in de eerste plaats pianist en musicus, geen marketeer. Tegenwoordig doe ik veel zelf, maar het blijft een uitdaging."

‍Je geeft de komende tijd verschillende concerten. Waar kijk je het meest naar uit?

‍*"Elk concert is bijzonder op zijn eigen manier. Op 31 mei speel ik het Tom & Jerry-Lisztprogramma, dat heeft een humoristisch tintje. Bij de andere concerten speel ik 'A Touch of Paris' met Debussy en Ravel – dat speel ik ook altijd graag."*

‍Wat maakt Russische muziek zo bijzonder voor jou?

‍"Allereerst de menselijkheid – niet alleen emotie, maar de fysieke, ademende aanwezigheid. In de Russische school draait het om het vertalen van expressie in fysieke gebaren. Alles moet natuurlijk aanvoelen, de kracht komt uit schouders, rug en vingertoppen. Wat die school bijzonder maakt is de paradox: extreme virtuositeit (denk aan Balakirevs Islamey) én een diep verlangen naar een 'zingende toon' – het Italiaanse belcanto-ideaal. De Russische school is een smeltkroes van Duitse logica, Franse elegantie en Italiaanse zangkunst, maar er is iets typisch Russisch: uitgestrektheid, tragische diepte, extase dicht bij waanzin. Dat hoor je bij Scriabin en Rachmaninoff. Russische muziek is nooit neutraal – het is extase of wanhoop, een gebed of een schreeuw."

‍Wat spreekt je aan in de nabijheid van intieme salons?

‍"In intieme salons heb je direct contact met het publiek – vooraf en na afloop kun je mensen spreken, contact maken. Dat is in een grote zaal heel anders."

‍Wat voegt een historisch instrument toe aan de beleving van Debussy en Ravel?

‍"Ik speel dit programma ook op moderne vleugels, maar bij voorkeur op een historische Erard. Dan heb je de warmte en de sprankelende, heldere klank – dat is echt een andere beleving."

‍Heeft iedere ruimte invloed op jouw spel?

‍"Zeker. Elke ruimte heeft een andere sfeer, energie en akoestiek – daar pas je je als pianist op aan."

‍Zijn er componisten of stijlen die je nog verder wilt ontdekken?

‍"Die zullen er ongetwijfeld blijven komen. Er is zo ontzettend veel geschreven dat ik nog niet heb gespeeld – ik verveel me niet."


‍Wat was tot nu toe het meest onvergetelijke moment uit je carrière?

‍"Er zijn er meerdere. Optreden in het Concertgebouw met Daniël Wayenberg – we speelden op twee vleugels onder andere Rachmaninovs Tweede Pianoconcert. Ook speelden we voor koningin Máxima bij het slotconcert van Muziek aan Huis. Dat is heel bijzonder – zo vaak komt de koningin niet. Er zijn nog veel meer momenten, maar met het mes op de keel kies ik even deze."

‍Waar droomt Martin Oei nog van als pianist én als mens?

‍"Dat ik nog lang kan blijven doen waar ik van houd: concerten geven. En wat betreft de cultuurcoalitie: '400 miljoen voor de cultuursector' – ik droom dat dit uitgroeit tot een groot landelijk project. Dat we de sector structureel nieuw leven inblazen, zodat wat sinds 2010 is afgebroken weer kan worden opgebouwd – en misschien nog veel mooier dan ooit. Laten we daarnaar streven. Iedereen is vrij om mee te doen, graag zelfs."

‍“Volg je hart.”

‍Welke boodschap zou je jonge musici willen meegeven?

‍"Volg je hart. Grijp kansen voor optredens, maar wees slim: als je twee aanvragen op dezelfde dag krijgt, probeer er dan één te verplaatsen. Begin vroeg met het opbouwen van een breed netwerk: musici, programmeurs, podia, media. Lees over geschiedenis, muziek, cultuur, filosofie en poëzie. Kennis van muziektheorie, harmonie en analyse is belangrijk. En improvisatie kan je veel vrijheid geven. Ieder naar eigen vermogen en tempo – ik wil niemand overvallen met een berg informatie."


Eindwoord PianoVrienden


Het verhaal van Martin Oei laat zien hoe muziek mensen kan verbinden, inspireren en raken. Zijn passie voor historische instrumenten, educatie en culturele samenwerking onderstreept hoe belangrijk kunst en cultuur zijn binnen de samenleving. Tegelijkertijd benadrukt hij dat nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en liefde voor het vak essentieel blijven voor iedere musicus. Dit interview geeft een inkijk in de wereld van een pianist die niet alleen streeft naar muzikale perfectie, maar ook naar betekenisvolle verbinding met zijn publiek en de maatschappij om hem heen.

Redactie e-mailadres: 

info@pianovrienden.nl

Pianovrienden | 2026